Al die tijd in Spanje

Het spijt me dat bijna al mijn verhalen tegenwoordig vergezeld worden door een Marcel maar ik zit nog steeds in Spanje, waar elk aspect van het leven aan hem gerelateerd is, van ontbijt tot het sportklimmen tot de kat die mijn voet kopjes geeft in de keuken van zijn ouders. Al een week houd ik het stopcontact boven de keukentafel bezet vanwege een niet aflatende schrijfrazernij, wat op zich goed is maar ik geloof dat men in Spanje niet zo keukentafelig is (ik van huis uit wel, daar gebeurde alles aan de keukentafel; het studeren, de ruzies, het figuurzagen in de tafel zelf). Hoe dan ook, die ouders van hem vinden het geloof ik wel prima, want ik voer gesprekken met zijn moeder over macrobiotisch eten in het Catelaans – tot grote hilariteit van Marcel want ik spreek geen Catelaans – en gesprekken met zijphoto 4 (18)n vader over yoga en fungeer zodoende als de onverwachte mogelijkheid om weer eens tot die zoon van hen door te dringen, die de wijsheid van zijn ouders sinds zijn puberteit al niet meer aan wil horen.

We hebben een klein probleem. We kwamen klimmen in Spanje, niet vanwege haar rotsen maar om Marcels Spaanse bus de jaarlijkse verplichte controle te laten passeren. De bus had echter het lef om een uur voor de controle definitief niet meer op te starten. De situatie op het moment is dat het hele interieur in de voortuin van zijn ouders staat (want de bus fungeerde als zijn huis en moest leeg naar de controle) en een uitzonderlijk natte periode te voorduren krijgt (want de Spaanse moesson is gearriveerd) en we wachten op een oom die verstand heeft van bedradingen (want de bus is waarschijnlijk minder waard dan de kosten van een monteur).

Ondertussen vermaken we onszelf met de natuur hier die wederom zo mooi is dat ik het alleen maar met sprookjes kan vergelijken. Ik raak nog eens blind voor schoonheid als mijn leven zo door gaat.

We klimmen links en rechts een beetje maar worden vooral gedwongen tot boulderen onder de gigantische overhang naast de rivier, die door alle regenval haast niet meer te bereiken is want de stenen om op over te steken liggen plotseling een halve meter onder water.

Die ene keer dat we wél een fatsoenlijk dagdeel hadden om ons aan de rots uit te leven begon ik aan een 7a die eindigde in tranen omdat de laatste haakafstand zo ver was dat ik panikeerde en vervolgens niets met mezelf meer kon aanvangen omdat het panikeren me zo dwars zat. Marcel was dermate afgeschrokken door mijn verslag van de laatste haakafstand dat de moed ook hem in de schoenen zonk en we uiteindelijk een karabiner achterlieten in de op één na laatste haak, een clipstick (cheatstick) bestelden op internet en ons de daaropvolgende dagen bogen over de Rock Warrior’s Way van Arno Ilgner (een heroïsch boek over het mentale aspect van klimmen dat iedereen moet lezen – als je niet klimt moet je vanwege het bestaan van dat boek maar beginnen met klimmen – sorry Kim, je hebt het me al duizendmaal aangeraden en het spijt me zeer dat ik niet eerder naar je geluisterd heb).

Een andere dag bezochten we Joseph, een vriend van Marcel die de weekenden in het landhuis van zijn ouders doorbrengt, samen met zijn zus en ex-vriendin en alles wat los en vastloopt. Ik heb eigenlijk nog nooit een huis gezien dat overeenkomt met dat van mijn dromen, maar dit was er een. Een echte.
Het paard in de achtertuin was door Joseph als wild veulen in de Pyreneeën aangetroffen en in een historische wandeling van 41 dagen naar huis gebracht omdat zijn vader iets zocht om het gras kort te houden. Zo koppig als een ezel was het – zo gaat het verhaal.
Nu leeft het samen met een jonge ezelin en lopen ze elkaar achterna als twee volledig onopgevoede projectielen, soms vergezeld door het huishondje dat zich lang niet meer realiseert dat het een hond is en elke mogelijkheid aangrijpt om zich languit op de schoot van een bewoner te werpen.
Rechts van het huis kakelt het van de kippen en kuikens en verse eieren, de hanen naast de geïmproviseerde kassen met aardbeien en asperges, en links van het huis beginnen de rijen groenten, die in een bocht achter de bomen verdwijnen met oneindig veel aardappelplanten en tomaten en andere planten die ik niet herkende aan hun uitsteeksels, en kersenbomen en perzikbomen en appelbomen en bomen met Spaans fruit dat ik niet bij naam ken.

Na een toer over het land bracht Joseph ons naar de keuken, waar we een salade aten die ze rechtstreekst uit de tuin hadden geplukt, en brood dat ze zelf in de kelder bakten, en een fruittaart die zijn moeder die morgen had gemaakt, en dat allemaal aan een vier meter lange houten tafel in het midden van het huis. En dan waren er de boekenkasten. De piano. De gitaren. Marcel met de accordeon en Joseph op de fluit en het vriendinnetje van het zusje met het Spaanse ritme in haar vingers en het was allemaal zo normaal.
Later vertelde Marcel me dat ze het huis bij elkaar gewerkt hadden. Het was een bouwval toen de ouders van Joseph het aanschaften. Met twee ‘normale’ banen, de opbrengt van het brood, twee kinderen die de ezel, het paard, de hond, de kippen en de groenten bij afwezigheid in de gaten houden, een oneindige werklust en heel erg veel tijd (en een dosis Spaanse cultuur) hebben ze er dit sprookje van gefabriceerd.
Maar hard werk hè.
Hard werk.

Ik begin Chamonix te missen. Het ruige berglandschap waardoorheen ik kan rennen zo hard en zo lang als ik wil, dat beetje autonomie verlang ik terug, alhoewel ik op een hoop comfort zal moeten inboeten. De ouders van Marcel zien ons rustig komen en gaan, wassen onze kleren, maken eten nog voor we ons beseffen dat we trek hebben, lenen ons de auto uit om her en der de natuur in te trekken en vinden het geloof ik niet erg dat de bus het nog even laat afweten. Thuis wacht een koude caravan zonder water, elektriciteit of internet.
En bergen.
Spanje heeft het ongebreidelde vermogen mijn hart te stelen zodra ik er voet in zet, van Barcelona tot Siurana tot het woonwijkje van Marcels ouders, maar ik ben genoeg in Chamonix geworteld om mijn dromen daar in stand te willen houden – voorlopig.
De romantiek is anders. Hier stijg ik bijna van planeet aarde zo sprookjesachtig zijn de beekjes en heuvels en avonden met instrumenten en ritmes en Spaanse gebabbel. In Chamonix zetten de bergen me rustig op mijn plek en vragen me vervolgens om hen te laten zien waaruit ik opgebouwd ben. Ik houd oneindig veel van beide.
Wanneer Marcels bus gemaakt is (of officieel gestorven) gaan we terug naar huis. Op een dag manoeuvreert Spanje zich ongetwijfeld weer in de planning, in welke hoedanigheid dan ook, en dan voeg ik me graag weer bij haar.

One Comment

  1. Quelle vie…!
    Mocht die bus het nou pas precies volgende week weer gaan doen, dan zij jullie verplicht tot een ommetje langs St Bonnet en Champsaur!! Ik kan niet wachten die stralende sproetenkop van je weer eens te zien! 😀

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

w

Connecting to %s