Een tocht naar het Zuiden

Ik wist dat Chamonix niet het enige dorp op de wereld was, maar als je er een winterseizoen draait zegt je gevoel dat na Fayet een grote, vlakke woestijn elke vorm van beschaving onmogelijk maakt. Ik schrijf vaak dat het ademen in de bergen makkelijker gaat, maar als afwisseling brengt het platteland een hoop verse lucht. Een context als Chamonix is goed om bij tijd en wijle in te ruilen, want anders neem je de vreemde trekjes van de Chamoniard over en zie je überhaupt geen reden meer om je uit het dal te bewegen.

De contextverandering was echter drastisch toen Marcel en ik de wereld inreden om vier goedkope banden voor zijn bus te vinden, want vanuit onze glamourvallei raakten we ongenadig verstrikt in de louche bedrijventerreinen rondom Annecy en Chambery. Zijn linker voorband was recent op de snelweg geëxplodeerd en de resterende banden rolden als drie tijdbommen onder ons. Om niet in een soortgelijke explosie vijfhonderd euro lichter te zijn vervielen we onvermijdelijk in het twijfelachtige circuit van mannen met dikke buiken, sigaretten en net zozeer twijfelachtige banden op de lelijkste plekken van Frankrijk, en als het dan ook nog eens regent alsof elke millimeter beton aan een grondige reiniging toe is, dan is het woord lelijk niet eens meer toereikend.
Ook daarom is het goed Chamonix te verlaten; om haar schoonheid weer te waarderen.
(De lelijkheid werd niet normaler naarmate we ons er langer in bevonden. Er trad geen gewenning toe, in tegendeel; hoe langer we er rondreden hoe meer we ons afvroegen hoe het mogelijk was dat mensen zelf al die mistroostige ellende hadden ontworpen en met name hoe ze het vervolgens voor elkaar kregen om het te laten voortbestaan.)

De laatste keer dat ik een krant had opengeslagen was ergens midden in het skiseizoen, in een vlaag van groter bewustzijn, maar de wereld kwam toen zo buitenaards op me over dat ik nauwelijks kon ontcijferen wat er zich in afspeelde. Sindsdien hadden er oorlogen kunnen uitbreken of engelen in mijn oude woonplaats kunnen arriveren zonder dat ik er iets van meekreeg. Ik wist dus ook niet dat Frankrijk in rep en roer was en staakte, en nietsvermoedend bleven Marcel en ik tankstations passeren zonder oog te hebben voor de lange rijen auto’s die zich voor hen vormden, terwijl onze eigen tank leger en leger raakte en we ons uiteindelijk geduldig achterin de rij aansloten.
We might have to pass the night here’, zei Marcel na zich uit nieuwsgierigheid te hebben gemengd in een gesprek van geënerveerde automobilisten bij de ingang van het tankstation. ‘Can you look up what grève means in English?’
Staking.
Voor ik me de implicatie van het brandstofgebrek kon realiseren reed er een grote wagen vol brandstof het terrein op en hoefde ik me niet af te vragen hoelang zo’n staking zou kunnen duren. Er werd ons vriendelijk gevraagd om de brandstof met iedereen te delen en de tank slechts voldoende te vullen om met zekerheid thuis te komen, en wij moesten naar Spanje dus gooiden de hele tank vol, in goede hoop dat de staking zich niet tot over de grens uitstrekte.

Op de tocht naar het Zuiden kroop de regen terug haar wolken in en schoof de Ardèche helder en stralend langs. Marcel reed maar en reed maar terwijl ik af en toe op keek van mijn slaap of mijn boek. De Ardèche blijft een sprookje en zodoende bleef ik in een sprookje, want ik las al drie dagen Honderd Jaren Eenzaamheid en de magie van mijn boek liep ongemerkt over in het Zuid-Franse landschap, de oude stenen huizen, de rotsen en heuvels en de ondergaande zon.

We parkeerden ergens langs de snelweg, sliepen en werden ‘s morgens gewekt door een touringcar vol kwebbelende toeristen die hun benen strekten onder het zuidelijke zonnetje. Marcel rook thuis en ik legde mijn boek naast me neer om me mee te laten voeren langs het laatste restje Frankrijk, langs de wegen en dorpen die Marcel al tig keren was gepasseerd, langs de eerste palmboom en het laatste Franse verkeersboord, door het bleke Mediterrane landschap richting de eerste tweeduizender van de Pyreneeën gezien vanaf de zee. Ik was in het Zuiden.
Rond het middaguur parkeerde Marcel de bus in een klein straatje tussen de witte Spaanse huisjes van zijn woonplaats Olot. Ik maakte kennis met de buurvrouw die te dement was om haar buurjongen te herkennen, zijn schilderijen aan elke muur van het huis, de kat die schrok van mijn Nederlands, de gastvrijheid van zijn ouders en met name hun vreugde om hun eigenzinnige dwalende zoon bij verassing weer even bij zich te hebben.
Onder de avondzon bracht hij me naar de nabijgelegen bossen van Savernes, langs helderblauwe riviertjes en meren en de eindeloze oranje en gele rotswanden waartussen hij al zijn jonge jaren had gedoerakt, geklommen, vuurtjes gemaakt. Chamonix was verdwenen en de wereld ook, geen stakingen of oorlogen of engelen, de lelijkheid van de bedrijventerreinen als een absurde herinnering, alleen nog het zuiden en de lichtgroene bomen en de zachte aarde waarop we naar het vallen van de nacht staarden.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s