Waterskiën op de Vallée Blanche

De Aiguilles Rouges schitteren onder een blauwe hemel, absurd weinig sneeuw op hun flanken, de treurigheid van de skiliften voor het eerst weer zichtbaar. Mont Blanc hult zich in wolken en ook Aiguille de Midi onttrekt zich aan het zicht. Als ik bij de rotonde achter het toeristenbureau de Franse vlag horizontaal in de greep zie van de wind vraag ik aan Marcel wat precies het plan is vandaag. Een poging wagen, zegt hij. Naar boven naar de Midi en zien wat de condities op hoogte zijn.
Dat is de luxe van het hebben van een seizoenpas; zelfs een willekeurige lunch kan op 3842m hoogte zonder op eigen energie een enkele hoogtemeter overbrugd te hebben.

We delen het liftje met twee Roemenen en een oud Argentijns koppel dat foto’s neemt van de white-out waar wij we ons op voorbereiden. Het is de tweede keer dat ik de Vallée Blanche intrek, dit keer ben ik overtuigd van haar schoonheid en eenvoud (als je een winterseizoen in Chamonix werkt en dag in dag uit toeristen over de Vallée Blanche hoort orakelen raak je haar zat, met name als je skiniveau nog niet afdoende is om zelf ‘dat wonder’ gade te slaan).
Maar we zien niets. Geen bergen, geen spoor, geen gletsjerspleten. Geeneens wind.
Marcel baant zich gestaag een weg door de mistige eindeloosheid, op zijn hoede voor obstakels die zich alleen bij verassing tonen. Ik volg en zelfs de digitaal goed uitgeruste GPS Roemenen volgen. Soms zakt de wereld onder mijn voeten vandaan omdat ik de helling niet zie. Soms rem ik zo plotseling dat ik over mijn ski’s struikel.

We skiën op de tast door de poedervallei.

Onder me suist een laag poedersneeuw uiteen die elke wintersporter high zou hebben gemaakt en ik heb het hier zomaar in miljoenen kilo’s.

Plotseling skiën we uit de wolken, precies daar waar Glacier de Lesschaux en Glacier des Geants uit de Mer de Glace ontspringen (wat samen de Vallée Blanche maakt?). Midden op de versnijding eten we onze broodjes, omringt door fel zonlicht en bergen die met veel kabaal afbrokkelen, lawines links en rechts, rotsblokken ter grootte van vrachtwagens die vrolijk de hellingen af stuiteren. Wij zijn veilig op het midden.

En dan moet het gebeuren: De Cardiotraining op hoogte, meters for Ruby, want Marcel benodigd niet zozeer meer training. Zijn hart is gemaakt van een technologie die slechts eenmaal werd geïmplementeerd en zijn conditie is daar het wonderbaarlijke resultaat van.
We leggen de tassen achter een rots en skiën de Lesschaux op, drie keer heen en weer, op zijn minst, op zijn minst. De zon bijt zich vast op mijn huid en mijn goggles vullen zich met zweet. De gletsjer toont zich net zo eindeloos als al die gletsjers in deze vallei en een uur later bevind ik me nog steeds in dezelfde spurt omhoog. Cardiotraining op de voorgrond van de Grandes Jorasses is echter niet zo erg.

We keren terug wanneer de sneeuw te nat is om fatsoenlijk op naar boven te gaan en arriveren weer in het poeder. Meer poeder.

Het is fijn dat sommige soorten sneeuw me een skiër laten voelen, zoals al die anderen die al jaren op ski’s staan.

We houden het bij één keer dankzij de onverwachte lengte van ons cardioproject en beginnen aan de staart van de Vallée Blanche. De Vallée Jaune vanwege de integraal smerige sneeuw die de hoge temperaturen genadeloos tevoorschijn smelten. Haar gloriedagen zijn voorbij, in minder dan een week is ze uitgemagert tot een skelet van ijs met stroompjes water die onrustig naar het dal stromen. De resten sneeuw remmen dusdanig dat we onszelf met onze stokken vooruit moeten duwen. Af en toe skiën we kniediep in het water, als gebonden aan een jetski, geluiden die thuishoren in de grote oceaan in plaats van op de gletsjer.
Ver voor de lift resteert er geen sneeuw meer om over naar beneden te glijden. We klikken de ski’s af en lopen over het maanlandschap naar de ladders die leiden naar het treinstation van Montenvers. Het treintje arriveert tussen de Japanners juist wanneer wij verhit en bezweet aankomen. We blijken de enige alpinisten; de wind heeft de rest af geschrokken waardoor de volle lading aandacht voor het exotische op ons gericht is.

Beneden in Chamonix is het zo warm dat ik al mijn alpine lagen in mijn rugtas stop en in een hemdje naar de bushalte loop. Mijn broekspijpen zijn nog nat van het waterskiën.
Marcel beklaagt zich over het tempo van degradatie van al die besneeuwde flanken die hem zo lief zijn, maar de zomer houdt je niet tegen.
Ik geloof dat we moeten genieten van de sneeuw die hoog, hoog boven nog valt alsof de wereld niet warmer wordt en het sprookje van ijskristallen oneindig aanhoudt.

One Comment

  1. Wauw Ruub, wat een wereld, wat een leven!

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

w

Connecting to %s