Zomaar een Dag

Het Schilderij

Het onweert. Zojuist sprong het ligt uit. Het internet ligt eraf. Flits, flits, flits. De regen tikt zachtjes, voor hoe serieus het gedonder klinkt. Salut loopt met zijn staart tussen zijn benen door de kamers, op zoek naar een plek waar hij niet geraakt zal worden. Ik zoek vast mijn koplamp, voor als de avond straks valt.
De boerin is nog weg. Tim werkt boven aan de site van het plantenbedrijf, of zal op het balkon rondhangen en kijken naar het weerspektakel. Ik ga op mijn bed liggen en klap mijn laptop open.

De wekker ging om kwart voor vijf vanmorgen. Ik werd uit een droom getrokken en strompelde in onduidelijke stemming naar de douche. Het zweet eraf van het fietsen van gisteren. Ik wilde er niet uit, ik wil er nooit uit, maar ik hoorde het gerommel van Tim of de boerin door de houten muren. Het was tijd.
Tim zette koffie. Salut trippelde om ons heen terwijl wij de kastjes uitkamden op eten. Melk op, kwark op. Ik herinnerde me dat ik gisteravond een stokbrood uit de vriezer had getrokken. De Calvé Pindakaas definitief op, dag Nederland.
Een paar minuten voor half zes kwam de boerin in een lange, wijduitlopende rok en opgestoken haren uit haar kamer. Ze moest alleen nog even haar tanden poetsen. Twingtig minuten later zaten we in de auto.
Naast me lagen twee manden met wilde planten. Ik voelde mijn ogen prikken, slaap in heel mijn lichaam, maar achterin bij de boerin lijkt doezelen alsof je op een rodeopaard probeert te ontspannen. Af en toe stopte ze abrupt om een extra bosje wild te wieden.

Dit was een grote ochtend. We hadden om zes uur afgesproken met de chef-kok van een chique restaurant in Ugine, die de boerin om hulp had gevraagd bij een les in wilde planten aan de peuters van een crèche in het dorp. Tim en ik hebben ons gedurende de vele voorbereidingen afgevraagd wat precies het cognitief vermogen is van een twee jaar oud kind, en met name deze vroege morgen schoot de vraag met regelmaat door ons hoofd.
CheffieTwee uur lang verdwenen de boerin en de kok in de keuken, terwijl Tim en ik onze tijd op het terras doodden. We zijn er inmiddels goed in. Onze dagen op de boerderij tonen grote gaten waarin de boerin met deze of gene in gesprek is of ‘even’ iets gaat halen. ‘Even’ bestaat niet, vijf minuten van ruim een half uur wel.
Dus daar stonden we, tussen de keurig gekapte bosjes en bijgehouden bloemenveldjes, roze parasols en tafels die glas voor glas werden ingedekt door twee karikaturaal Franse dames. Ik zat en lag, deed oefeningen, yoga, mijn enkel, keek naar de blauwe lucht, voelde mijn slaap, deed niets. Tim ook.

Met twee gebakken cakes van beslag en plantjes en de resterende bossen wild kwamen we de crèche binnen. Overal waggelden baby’s met grote ogen. In de ruimte waar we onze plantenles zouden geven stonden vier kleine tafels met vier kleine krukjes waarop zestien kleine kinderen zaten te puzzelen. Zoek het vakje waarin de hond past, en het huisje, en het meisje.
Met de KindjesHet was het idee dat de kinderen vertrouwd zouden raken met het idee van eetbare planten. De chef-kok vroeg hen of ze planten kenden (jaa, een roos) en liet de wilde planten doorgeven. Frottez, frottez, et sens la main.
Deze kinderen waren nog niet geland op aarde, ze leefden op hun eigen parallelle aardbodems en keken soms verlegen naar de onze. Kleine, schattige dieren waren het, die geen enkele boodschap hadden aan eetbare planten en de smaak van de cakes vergaten zodra ze de deur uit waggelden om de plastic grasmaaier door de speeltuin te duwen.
De chef-kok was blij, de boerin was blij, de begeleidsters waren blij en Tim en ik wachtte buiten in de zon opdat de boerin eindelijk klaar was met praten over van alles en nog wat.

Salut SchildertVanmiddag moest de boerin wax kopen in Geneve en kreeg ik een opdracht voor thuis. Eerst moest ik de blaadjes van de frambozenplant plukken en te drogen leggen in de zon. Rond het huisje vond ik tig frambozenplanten, en Salut in de schaduw, gevlucht voor de hitte.
Daarna wachtte me een leuke klus: De boerin had een pallet ergens rechtop in de tuin staan, als een soort schot waarachter Salut niet mocht komen, en wilde die geverfd hebben. Ik haalde een krat met potten en spuitbussen verf naar beneden en deed maar wat. Achter me graasden koeien. Naast me was Salut komen liggen.
Verven met Koeien
En toen gebeurde er iets bijzonders. In een naastgelegen dal sloeg het weer om. Het was bloedheet, de lucht blauw, de zon verblindde me, en ik hoorde donder na donder weergalmen door de vallei. Een reus was opgestaan om met zijn blokken te spelen.
Pas een uur later waaide wind door mijn pallet, betrok onze eigen lucht en vielen druppels op Salut. Ik maakte mijn schilderij af onder het balkon. Twee centimeter naast me was het noodweer.

Het pallet ligt in de schuur. De storm gaat tekeer. Ik ben nog steeds moe, het vroege opstaan voor de kinderen van Ugine heeft zich niet vertaald in productiviteit. De boerin is over een uur terug uit Geneve, om ons op te pikken van huis en mee te nemen naar een documentaire over wereldproblematiek.
Mijn dagen zijn interessant.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

w

Connecting to %s