Winter in de Mas

-met Jeroen, Lieke, Fieke, Kim, Roel en Ruby

De ochtenden in de Ardeche waren koud. Een enkele vroege uitstap toonde het vorst op de auto’s en onze adem in de lucht. Meestal gingen we niet vroeg op pad. We sliepen en ontwaakten naar wens van onze lichamen. Dan scheen de zon al zo fel dat we ons realiseerden hoe krachteloos ze was geworden gedurende de maanden in Nederland. We ontbeten met croissantjes, koffie en thee, stokbrood, kaas, yoghurt, muesli en ananas.
De avonden waren ook koud. Voordat het huis onze warmte vasthield zaten we onder donsjassen en dekens of vlakbij het haardvuur. We aten pasta met kastanjes of zalm en spinazie, ravioli met pittige tomatensaus, curry met rijst. We lazen of spraken, rookten of dronken, tikte vertraagde essays en keken een film. Dikke sokken aan onze voeten.
In de middagzon was het warm. Soms zo warm dat onze hemden en broeken als teveel voelden. ’s Nachts was de temperatuur afhankelijk van ons slapen en onze gedachten. De vogels die snel slaap vatten hadden nergens last van. Diegene die geteisterd werden door verwerking of verandering probeerden dwangmatig elk ledemaat onder de dekens te houden.

Mas des Oiseaux

Mas des Oisaux. Zo heet het huisje waarin we onze winterpauze hielden. Ontwaken na een heenreis richting het onbekende, volbracht in het donker, is altijd memorabel. Alsof het gebied losstaat van de afstand die is afgelegd; lange kilometers voor Roel, WC’s en benzinelucht. Nee, iemand had ons in de kraag gepakt en gedurende een moment van gesloten ogen in de lichte, geelgroene omgeving van Zuid-Frankrijk gezet. De bosjes prikten en de bomen droegen amandelen. Het land was heuvelachtig en het gras was droog. Een paar stappen uit de schaduw van de opgeknapte ruïne gaf de zon voldoende kans om ons stadswezen te laten verdampen. Ze drukte tegen onze oogleden en maakte ons tegelijk licht als veertjes.
Eigen VogelhuisOveral in de omgeving lagen ruïnes. Kleine en grote, vervallen en begroeid, sommigen opgeknapt als die van Roel zijn familie. Grote beige stenen en rechthoekige vormen, vriendelijke verjaarde onderkomens, net als de prikbosjes en de amandelbomen en het geelgroene kleurenpalet. De eerste dagen reden we langs een klein stenen gebouwtje dat opgeslokt werd door een boom. Het begin van een sprookje, het liet me de rest van de week niet meer los.

De Mercedes van de ouders van Roel werd de zevende man van ons gezelschap. Hij reed zelf. Trillende stoeltjes als de strepen werden overschreden, gepiep als de voorganger naderde, verwarmde billen als het koud was, knopjes als de verveling toesloeg. We klommen op verschillende locaties langs de rivier, op minstens een halfuur rijden van Mas des Oiseaux.  Bochten en bochten, Franse landweggetjes naar nog meer Franse landweggetjes. Snowy kachelde er vrolijk achteraan.

Rivier

Jeroen in Chaulet

Het klimmen was prachtig, onvergetelijk, kalm. Ieder volgde zijn eigen lijn. Soms was er wat teleurstelling, andere keren euforie. Maar het geheel was weinig beladen. Alsof de zon ook dwingende gedachten van presteren of progressie verdampte. We waren misschien een keer geen apen, we waren vogeltjes en de rots was onze lucht. Het water kabbelde meters onder ons naar plekken die we niet kenden. De heuvels verdwenen achter andere heuvels. De lucht was felblauw. De dorpen van Aubenas verborgen ridders en jonkvrouwen, verhaallijnen en romantiek. Een grote brug in de avondzon. Een eindeloze oever. We hadden geen keus dan hier te zijn en te zijn en te zijn.


Aubenas

Viering van Oud en Nieuw bracht ons tijdelijk in de beschaving van Montpellier. Met Franse vrienden van Roel – Gillou en Bua – aten we Pizza in een verborgen steegje, ver van het schorem dat zich op de pleinen verzamelde. Fieke dronk Ricard, de rest dronk wijn of cola. De vierkante pizza’s vulden de tafels als een spelletje Tetris. We spraken Frans en Nederlands.
Het Nieuwjaar werd beklonken in een Irish Pub, tussen tientallen dronken nationaliteiten en jolige Ieren. We deden een kort dansje, spraken wat lieve woorden, keken verdwaasd om ons heen en besloten terug te keren naar de vogelboerderij. Een Nieuwjaarswandeling door de straten van Montpellier. Roel, Gillou en Bua verdwenen in de krochten van een Franse club, de rest klom in de Mercedes en liet zich naar huis rijden door Jeroen.

WousinboomHet dagelijks leven in de Mas had voor ieder een eigen uitwerking. Alle winterbewoners waren tijdelijk uit een betekenisvolle periode gerukt. We bespraken weinig, reflecteerden nog minder, misschien had het temaken met de zon en de stilte die ons denkvermogen verlamde en ons overliet aan de ervaring. Ik kan dus niet zeggen wat de Mas deed voor diegene die op het punt stond om zich aan te melden voor Artsen Zonder Grenzen of zich te storten op een nieuwe carrière, diegene die herstelde van Afrika of Sion, diegene die tevergeefs zocht naar een mooie baan.
Liekeklimt


Voor mijzelf betekende het verblijf nagenoeg alles.
Ik werd geconfronteerd met de reden achter elke grote beslissing die ik de afgelopen jaren had genomen.
De eeuwenoude droom naar een eigen vogelboerderij kreeg een soort proefrealiteit. De adrenaline van het stadsleven had me even laten vergeten hoe diep je kon ademen, hoe ver je kon kijken. Nu liep ik over de veranda van het oude stenen huis, langs de wilde begroeiing van de tuin van de Ardeche. Ik dacht niets, maar ik droomde alles, en wist de rest zeker.

Gillou en Bua hadden ons uitgenodigd om bij hen te komen eten. Bua wilde een eigen Thaise restaurant en kon ons gebruiken als proefkonijnen. Ze kookte plakkerige rijst die we met onze handen mochten pakken, sausjes die onze wangen liet branden, vlees en vis en groente in alle kleuren op grote schalen. Wij kwamen direct van de rots en hadden Ardeche onder onze nagels en in onze haren. We zaten tussen opa en oma, Gillou’s broer en zijn vriendin. Het jonge dochtertje Kita met de grote bruine ogen klom zo nu en dan over oma heen. Frans en Nederlands vloog over tafel en ieder ging er op eigen wijze mee om. Fieke flirtte met opa, Jeroen converseerde met Kita. Na het Thias kwam de alcohol, na de alcohol het gegiechel, na het gegiechel de lange weg terug naar huis. We hadden een avond mogen doorbrengen in het gezelschap van een ontzettend mooie Franse familie.

Oranje


In Nederland wachtte een grijze winter. Die realiteit leek lachwekkend, met name wanneer we na een lange dag klimmen terugliepen door het oranje licht van een ondergaande zon, in de auto tegen elkaar aan kropen en door de ruiten van de slingerende Mercedes duizend verschillende kleuren wolken zagen. Mas des Oiseaux, de vogelboerderij. Zaterdag vlogen Jeroen en Lieke terug naar Amsterdam, Kim en Roel naar Sion en Fieke en ik naar Grenoble. Volgend jaar vliegen we terug.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

w

Connecting to %s