Een bus naar het centrum

‘You act like a princess’, verweet Marcel me. Onze spullen lagen nog opgeslagen in het hotel waar we met zijn vader verbleven voor ons vertrek naar de onbekende berg. Uitgeput waren we de eerste avond van onze terugkeer neergestreken op het zachte witte bed van een ruime kamer, die zonder sponsering van de pensioenpapa ver boven ons budget zou liggen. Maar vader zelf was inmiddels op yogaretreat en had zijn rupies mee de heuvels ingenomen. Daar gingen we dus, de volgende morgen, op naar een guesthouse in een achterbuurt waar het soort reiziger met dreads en tattoo’s verbleef; diegene die fietsen hadden en wijde broeken droegen die jaren terug in India, Peru of Zuid-Afrika waren gekocht.

Konden we dan ter compensatie eten in het Spaanse tapasrestaurant? Of cake halen bij de German Bakery? Of cappuccino’s drinken bij die gelikte hoektent of cocktails aan het meer, happy hour happy hour? Nee, want chowmein (noodles) kostte 80 cent in het donkere zijstraatje, en momo’s had je al voor vijftig cent vlak buiten Lakeside. Toen liet ik een zucht ontsnappen en werd ik voor prinses uitgemaakt.

In Chamonix kan ik het me niet veroorloven om de prinses te spelen. Daar begint het feest bij dertien euro tachtig voor twee biertjes. In Lakeside kun je daarentegen decadent gedrag vertonen voor een euro of twee. Grijp die kans, dacht mijn consumerend hart.
Maar je komt niet naar Nepal voor de espresso of het softijs, burrito’s of paella, boerenkool of brätwurst.

Na een goede nachtrust tussen de hippies en Nepali van het alternatieve broeinest waarin ons nieuwe onderkomen stond, kon ik de verleiding van het Westerse goed plotseling beter weerstaan. Marcel nam me daarom mee in de bus richting het centrum van Pokhara. Vanwege de spits kwam de bus vast te zitten op het onverharde kruispunt van de kilometre zero. Zijn chauffeur manoeuvreerde zich uit het knooppunt, reed even spook op de driebaansweg en koos toen voor een omleiding door een steeg waar zijn bus te breed voor was. Vervolgens reed hij achteruit terug de snelweg op, blokkeerde verkeer van beide kanten, koos een tweede zijstraat waar hij net aan doorheen paste en zette ons af in het Nepal van de Nepalezen: geen toerist, geen toeristische winkeltjes en vooral geen cappuccino’s.

Hier kwam het vandaan. Dit was het achter de schermen van Pokhara, op nog geen vijf minuten van de filmset zelf. Kachels, lampen, verf, tegels, smartphones, gouden sieraden, golfplaten, manden, stoffen; alles dat we als de bouwstenen van het hedendaagse Nepal hadden leren herkennen, werd hier verkocht of ter plekke, op de stoep, in elkaar gezet. Alles. Dit was de voorraadkast van al die lui die in de hoofdstraat van Lakeside hun prijzen vertienvoudigden.
We snuffelden rond tussen de elektronica, op zoek naar een set zonnepanelen dat Marcel op zijn bus wilde monteren. Ik liet me lokken door een winkel met elke wand vol stoffen, rijen en rijen met prachtige patronen en kleuren, en gaf per ongeluk ruim veertig dollar uit aan een hobby die me niet eigen is (mijn moeder heeft me geleerd hoe ik een naaimachine moet temmen, maar ik nooit echt kleding gemaakt, alhoewel het idee me wel aanstaat). Ondertussen deden de Nepalezen hun ding, kochten en verkochten, ontmoetten elkaar in de buurt van de frituurpan, zaten op hun plastic stoelen voor hun zaak, het gezicht gericht op het drukke verkeer of op de kinderen die losliepen.

Ik voelde me even, voor het eerst, buiten het klassieke rolpatroon van de toerist vallen. Alhoewel we hier als Westerlingen meer afstaken van de Nepali dan in Lakeside, waar iedereen, Nepali of niet, meedraaide in dezelfde machine, werkte ons uitstapje bevrijdend. Alsof we even van het script mochten afwijken. We waren heus niet zo uitzonderlijk in onze dwaling richting het centrum, maar de samenleving was hier in elk geval niet hoofdzakelijk op ons gericht.

Die avond aten we wederom chowmein in het donkere steegje, waar de eigenaar onze naam nog wist en regelmatig bij ons tafeltje bleef treuzelen. Ik ontwierp ondertussen jurken en broekpakken in mijn schrift en fantaseerde over het resultaat, terwijl Marcel ongetwijfeld in gedachten zijn zonnepanelen op het dak van de bus installeerde. Als dessert namen we een masalathee die qua smaak elke cappuccino van Lakeside overtrof. Ik voelde me dankbaar. Dat gekke, gierige vriendje van me had weer eens een wereld voor me geopend.

En toen, de volgende morgen, kneep ik er stiekem tussenuit voor een groot stuk brownie van de German Bakery, dat ik met even groot genoegen naar binnen werkte. De prinses gaat vanaf nu undercover.

 

 

One Comment

  1. Haha undercover! Was je dat niet al? Ik herinner me een splinternieuwe bontjas die je ergens verwen opborg, uit het zicht van vriendlief 😀

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s