De Wilde Waterval

Mijn vriendje en ik waren toevallig in de buurt bij de Himalaya en daarom op zoek naar een berg om te beklimmen. Onze klimspullen lagen in het hotel in Pokhara, Marcel liep de trekkingagency’s plat om informatie in te winnen en ik bestudeerde de cocktailkaart van mijn favoriete bar in Lakeside. Ondanks de nabijheid van de Annapurna Conservational Area was het praktisch onmogelijk om vorm te geven aan een mooi alpine plan. In Nepal zijn de bergen heilig, duur en moeilijk te bereiken. Nog voor de hoogte een probleem is, worden de pieken financieel ontoegankelijk voor diegene met een bescheiden spaarrekening. Wij hadden geen geld voor permits, porters en gidsen. Maar Marcel was vastberaden en vond na ruim een week zowel een gratis berg als een Nepalees die zijn plan kon bevestigen.

_DSC0001

So, this one, can we climb this one for free? Without problems?’ Marcel wees naar een plek op het glazen blad van het bureau waaronder de kaart van de Annapurna’s lag uitgestreken en keek hoopvol naar de enige Nepalees die onze intentie – niet betalen – leek te begrijpen. De trekkingsagent boog zich voorover en volgde de vinger van mijn vriendje. ‘Ok. Yes. You can… So listen, when you’re there…’ Hij keek glimlachend op. ‘When you’re there, don’t point to any of the big mountains. Don’t talk about them. Then you can climb your mountain.’

Zolang we de indruk wekten dat we vooral niet op pad waren naar de grote bergen, konden we onze gang gaan. Dit reliëf had noch de interesse van de Goden, noch die van de mens, en lag aan het einde van de Annapurna Sanctuary trek: Een trekking naar het Annapurna Base Camp die toegankelijk was voor iedereen met een beetje wilskracht en een goed paar schoenen. We hadden eindelijk onze berg. Onze stip op de kaart. 5714 meter hoog.

Het plan leek ideaal, maar het ontbrak ons aan tijd om het uit te voeren. Onze vlucht vertrok in tien dagen uit Kathmandu en de trekking kostte de snelle toerist op zijn minst een week. Exclusief reisdagen hadden we drie dagen voor de heenweg, drie voor de terugweg, en twee voor de beklimming. En vooralsnog lagen we met een kokosnoot in een rieten stoel aan het meer van Pokhara, turend naar houten bootjes.

_DSC9780

Doen we het wel of doen we het niet? We overlegden. Marcel werd getrokken door de romantiek van het onbeklommen terrein, de rol van de ontdekkingsreiziger, de eer van het veroveren. Ik had een zwak voor avonturen met een tikkeltje absurde karakters. Maar wilden we onszelf dit aandoen? Het alternatief van een yoga- en meditatiecursus spookte al een tijdje door mijn hoofd.

Heenweg

Waanzin! – realiseerde ik me de volgende dag. Waanzin, waanzin, waanzin! We waren nog geen uur geleden uit de bus gegooid, maar het gewicht van de tas was ons al teveel. Stijgijzers, ijsboren, ijsbijlen, tent, slaapzak, kleding, onzin, teveel, het was te veel. Het pad liep steil omhoog en kwam ons niet tegemoet door te zigzaggen. Hoge treden volgden elkaar op met een genadeloze herhaling. Nadat we onverwacht een hoogtepunt hadden bereikt, gingen we net zo steil weer naar beneden.
Ik had nauwelijks oog voor de dorpen, bomen of Nepalezen onderweg. Al mijn energie verkwistte ik aan het hooghouden van het moreel. Ik zou dit hele avontuur blind ondergaan, geobsedeerd door mijn eigen lijden. Had het dan wil zin? Had het überhaupt zin om een onbekende berg te klimmen?

_DSC9936

Rond vijven werd het donker, maar het krappe tijdsschema dwong ons om door te lopen. Met koplampen joegen we onszelf voort door de jungle van de Himalaya. Pas toen we beiden het gewicht niet meer konden verdragen, streken we neer naast het pad. We zette de tent op en zuchtte van verlichting bij het ontspannen van onze spieren.

De volgende dag hoopte ik sterker te zijn, maar de kracht van het frisse gemoed hield maar een halfuur aan. ‘Kom op, Ruby’, dacht ik, toen al. Het pad liep weer even hard omhoog en de hitte voegde zich bij het middaguur. We ontmoetten toeristen uit alle streken van de wereld, zwerfhonden, vrouwen in Sari’s, waterbuffels, boeren. Meestal liepen we gelijk op met de porters, die rieten manden droegen met daarin het drievoud van onze eigen last. We leerden van hen dat korte pauzes wonderbaarlijk goed hielpen en gooiden vaak de tassen af.
Maar het was zwaar. Het was te zwaar. Het deed gewoonweg pijn. We verplaatsen het gewicht door onze vingers tussen de schouderbanden te steken, of de borstbanden aan te trekken, of de tas vanachter beet te pakken, maar alle spieren waren al aangedaan. Er viel nergens meer verlichting te behalen.

_DSC9944

I need to stop, now’, zei Marcel in Chomrong, het laatste dorp voordat de vallei nauwer en wilder werd. Hij zag het pad weer de diepte in duiken en daarna een zoveelste berg beklimmen. Het aanzicht was de druppel. We lieten ons in de stoelen van een willekeurig terras vallen, sprakeloos, hongerig, en bestelden Dhal Bat en cola.

Het was gewoon niet mogelijk. We bespraken andere opties, zoals de Tent Peak, een reeds beklommen, lagere berg die nauwelijks materiaal vroeg, of misschien alleen de trekking naar het Basecamp, of zelfs een retour naar Pokhara. Maar nadat Marcel zijn rijst, curry en linzen ophad, herrees hij uit zijn plastic stoel en betoogde om nog eventjes door te lopen. Gewoon, om te kijken hoe ver we konden komen. En, zei hij, het lijden zouden we later vergeten, want zo werkte de herinnering. Ik zwichtte en hees de tas weer op mijn rug.

De yoga- en meditatiecursus in Pokhara trok zich weer terug uit de mogelijkheden.

Dag drie werden we wakker met uitzicht op de Machhapuchchhre, een beroemde berg in de vorm van een vissenstaart, hartstikke heilig en verboden. Het pad zakte tot aan de rivier en klom toen, eindelijk, gestaag mee met de oever. We passeerden dorpen als ‘Bamboo’ of ‘Himalaya’, met kleurrijke logementen en assortimenten met Snickers en wc-papier. Hot shower, 24-hour wifi, stond steevast geschreven op de uithangborden. Het ontbijt sloegen we over, maar s’ middags aten we Dal Bhat, Pizza en twee keer Spaghetti met kaas.

_DSC9954

Ik vervloekte nog steeds het gewicht op mijn rug en zag mezelf regelmatig als een gevangene van mijn eigen, ridicule onderneming. En toch werd ik sterker. Fysiek zeker niet, maar ik begon beter te worden in het afwijzen van de gedachtes die doordrenkt waren met zelfmedelijden. Geduld! – vermaande ik mezelf keer op keer. De pijn van het gewicht was tijdelijk. Ik spoorde mijn fantasie aan en slaagde er nu en dan in om de stroom van negatieve impulsen te overspoelen met gedachten aan Chamonix, het interieur van mijn restaurant of de start van een zangcarrière.

Marcel kwam op het idee om zijn gordel aan te trekken en daaraan het klimmateriaal en zijn stijgijzers te hangen, zodat het gewicht deels van zijn schouders naar zijn heupen verplaatst werd. ‘Which mountain?’ – vroegen ze ons onderweg keer op keer. ‘We don’t know yet!’

Welke naam zouden we onze berg geven, mochten we de trekking overleven en de top bereiken?

_DSC9969

Ondertussen doemden de Annapurna’s met veel drama op in de verte en herinnerden ons, enigszins verongelijkt, aan de diepe schoonheid van het pad dat we zo gebogen afliepen. Het werd koud. De bomen bleven achter in de vallei. Dikke wolken achtervolgden ons en dreigden ons in te halen. We naderden het Basecamp, de voet van de reuzen, en bevonden ons inmiddels op 3700 meter.

Tot mijn verbazing bereikten we het einde van de trekking precies op schema. Nog voor het vallen van de avond van de derde dag, zetten we onze tent op naast een van de gasthuizen in het kamp. Omdat het vroor in het restaurant, at ik chowmein vanuit mijn slaapzak. We vroegen om een extra deken die Marcel in zijn slaap over zich heen bleef trekken, zodat ik telkens gewekt werd door de rillingen over mijn rug. Maar we waren er. Nu kon het leuke gedeelte beginnen.

_DSC0014

Beklimming

Of toch niet. De wolken in de vroege ochtend voorspelden slecht weer. Marcel verdween terwijl ik kopjes chocolademelk uit een thermos in bleef schenken. Hij kwam terug met de boodschap dat onze berg achter een diepe kloof verscholen lag. We zouden de tijd niet hebben. We zouden de berg niet beklimmen. Nu was het echt voorbij.

_DSC0024

Ik was niet teleurgesteld. De onbekende berg had mijn hart nooit gestolen. Maar als we hier toch waren, wilde ik graag de Tent Peak op, die er niet waanzinnig spannend uit zag maar ons wel van een soort climax kon voorzien. En een uitzicht.

We herpakten onze tassen en lieten veel gewicht bij het gasthuis achter. Vrolijk van onze vederlichte uitrusting begonnen we aan onze trek richting het eerste basiskamp van de Tent Peak. De zon scheen. We namen de omgeving in ons op alsof we er zojuist in achtergelaten waren, zonder de herinnering aan de trekking of gedachten aan de terugweg. Annapurna I blokkeerde ons uitzicht met een griezelige, duizenden metershoge wand van steen en ijs. Links en rechts schoten andere joekels uit de grond. Ik begreep wel dat er wat heiligen tussen zaten. En ik begreep niet hoe Ueli Steck eens die zuidwand over was gestoken.

De vallei oogde weidt en legendarisch, een feilloos decor voor de alpine held op weg naar zijn angstaanjagende buit of de neuriënde Nepali, slechts aanwezig, nonchalant vergezeld door zijn grenzeloze kracht.

Het was een eer om daar te mogen lopen.

_DSC0051

Tegenover ons, tussen de bergen, die geel aan de voet waren vanwege het hoge gras en wit in het midden vanwege de sneeuw, liep een lange, helderblauwe bevroren waterval.

Wacht even.

Een waterval. Ijs. Ik zag Marcel kijken en wist dat de plannen gewijzigd waren.

We renden terug naar het gasthuis en haalden op wat we plotseling weer nodig hadden: Ijsboren, ijsbijlen, de andere helft van het dubbeltouw. Vluchtig zetten we de tent op, alsof het ijs zou smelten of de waterval toch een illusie zou blijken. Marcel liep vervolgens naar de waterval, waarvan het begin zich verschool in een donkere kloof die zelf inmiddels verborgen lag in een dikke, koude mist. Ik zette voorzichtig een stap op het ijs en gleed meteen uit, voorover, baam, plat. Op stijgijzers voegde ik me bij mijn vriendje, die bezorgd staarde naar de eerste lengte van ons avontuur. Een waterval. Rechts in de kloof liep een dunne reep ijs, maar pal voor ons viel het water, dwars door de vrieskou, in grote hoeveelheden naar beneden. We draaiden een boor in het ijs.  Halverwege raakten we de rots. We twijfelden. Zou het ding kunnen instorten? Bevroren watervallen die reeds omschreven stonden in boekjes, beroofd van hun willekeurigheid en in dienst gesteld van de klimmer, gaven in elk geval de illusie van stabiliteit. Dit was een ongetemde waterval. Een wilde waterval. Misschien moesten we eerst een ritueel uitvoeren om de geest van het kristal gunstig te stemmen. Maar het was inmiddels koud geworden en ik kon niet creatief meer nadenken. De wind joeg ons uit de kloof terug de tent in, waar we de bodem van onze slaapzakken vonden en opgerold op het donker wachtten.

_DSC0062

Die nacht sliepen we niet. Het was te koud. Ik fantaseerde over de strijd tussen onze lichamen en de grond, de grond die ongehinderd opliep tot 8000 meter hoogte, die de Annapurna’s bedekte met gletsjers, hoe die grond zou lachen om de poging van een Catalaanse jongen en een Nederlands meisje om haar kou tegen te houden met de zwakke, verwaarloosbare vuurtjes binnen hun mensenlichamen.

Om negen uur ’s ochtends schoot de zon ons te hulp en vielen we beiden in slaap. Tegen elven schudde Marcel me wakker en vroeg om een tweede poging. Wat? We kropen uit de slaapzakken, schoten terug in onze uitrusting en maakte onze weg naar de waterval. ‘Ik probeer het links’, zei hij. Er was nauwelijks ijs links, maar misschien vond hij een weg over de rotsen. Ik sloeg zijn poging gade, hoorde het geschraap van zijn stijgijzers, zag hem hulpeloze zekeringen leggen, bad dat hij niet weggleed en concludeerde verbaasd dat hij inmiddels vijf meter hoger stond. Hij had het helderblauwe ijs bereikt. Even later manoeuvreerde ik me zelf over de rotsen en arriveerde ook in het ijs. Dik, solide, fantastisch, prachtig, eindeloos, gezegend ijs. We klommen om de beurt een lengte, soms praktisch vlak, soms serieus, en kropen langzaam tegen de waterval op. De Himalaya keek zwijgend toe.

Dit was het zó, verschrikkelijk waard geweest.

_DSC0054

De wolken schoven weer voor de zon en de wind woei door de kloof, waar wij inmiddels zeiknat aan de laatste lengte waren begonnen. Plotseling hadden we haast. Álles was nat; de touwen, handschoenen, onze broeken, slings. We moesten ons een weg uit de kloof banen voordat we het wederom grandioos zouden verliezen van de kou. Het gevoel in mijn vingers en tenen was al weg. We begonnen met abseilen en vonden halverwege een escape naar het besneeuwde, gele gras. Met de ijsbijlen in de bevroren grond baanden we ons een weg over de flank naar beneden, kleine, voorzichtige stapjes om het niet nu, op het laatste moment, nog te verpesten.

En dat was het dan. We bereikten de tent, doorweekt en moe, maar uit één stuk, en beduusd vanwege de beklimming.

We hadden beiden slechts één wens: Afdalen naar een fatsoenlijke temperatuur.

Terugweg

De tassen waren zo mogelijk nog zwaarder vanwege het water in onze spullen en ik had een hekel aan het lopen in het donker, omdat mijn koplamp niet fel genoeg was om op tijd te anticiperen en ik bang was voor de dieren van de Himalaya; alsof die koest bleven wanneer Nepali het pad overzagen, maar toeristen aanvielen wanneer hun menselijke landgenoten sliepen.

_DSC9990

Ik moest denken aan een ingelijste quote die ik op een wc in een hipstercafé in Pokhara had gelezen: ‘…Make your life an aesthetic experience. And not much is needed to make it an aesthetic experience; just an aesthetic conscience is needed, a sensitive soul. Become more sensitive, more sensuous, and you will become more spiritual.’ Nepal was er tot dan toe niet in geslaagd om mijn spirituele kant te voeden, maar deze trekking dwong me ertoe om een mate van esthetisch bewustzijn aan te nemen. Het afzien moest ergens nodig voor zijn, en niet voor iets in het verleden of de toekomst, maar NU, op het moment van afzien zelf. Ik had de esthetische ervaring nodig om het vol te houden. En ik moet zeggen dat het hielp, die quote. Het pad werd er mooier van, en de sterren zichtbaar, en Marcel, mijn liefde, was mijn held in de nacht.

_DSC9992

Na het beklimmen van de waterval hadden we als gekken de afdaling ingezet, gedreven door het idee van een nachtrust zonder rillingen. Die avond liepen we door tot diep in de jungle, waar het groen van tropische planten toegang gaf tot een lange, diepe slaap. De dagen die volgden verschilden nauwelijks van de andere trekkingsdagen, behalve dat Marcel een warmwaterbron vond en zich zielsgelukkig onderdompelde in het warme water. Afzien bleef het thema van ons avontuur. Het pad ging weer onverantwoord steil omhoog en daarna doodleuk naar beneden. Onze knieën konden geen weerstand meer bieden aan de treitering van de hoge treden en huilden. De laatste nacht trakteerden we onszelf op een verblijf in een gasthuis, enigszins gedwongen door het slechte weer dat zich eindelijk aandiende. Een groep Japanse toeristen voorzag ons onbedoeld van entertainment door te veel te drinken en ongepast gedrag te vertonen. De mantra’s van hun porters wekten ons om vijf uur in de morgen, dwars door de zwakke muren van het geïmproviseerde gebouw. We aten pap en kokoskoekjes en begonnen rustig aan de laatste, steile meters naar de bushalte.

_DSC9892

Hoe noemen we hem? – vroeg ik Marcel. We wachtten op een omelet met kaas of de bus, hetgeen het eerste zou komen. Onze tassen stonden te drogen in het zonnetje. Hij haalde zijn schouders op. Ik kon zelf evenmin een toepasselijke naam bedenken en gaf de waterval in gedachten terug de natuur, onbepaald en wild, zoals we haar aantroffen.

Marcel het inderdaad gelijk gehad, bedacht ik me een paar dagen later. Ik had inmiddels een keuze gemaakt uit de cocktaillijst en zat met een Piña Colada aan de rand van het meer, te filosoferen over het vreemde karakter van de herinnering. Die ging namelijk totaal voorbij aan al het afzien gedurende de gehele trekking. Alsof de tas eigenlijk niet zwaar was geweest. En de treden niet hoog. En de hitte niet heet en de kou niet koud. De herinnering had van de trekking een parel gemaakt, een magisch feest, een grote, waterdichte bubbel aan esthetisch bewustzijn.

_DSC9789

Alhoewel ik mezelf tijdens de trekking zo’n honderd keer had voorgenomen nooit, nooit, nooit meer zoiets te ondernemen, zou ik beter georganiseerd, met een stel porters, behoed tegen de kou (zelfs die van de grond), en zonder haast, best een tweede bezoek willen brengen aan die monsters van de Himalaya. Zodat ik minder afhankelijk ben van de herinnering om hun schoonheid te waarderen en ter plekke receptief kan zijn voor de waanzin van hun gestalte. Zodat ik daar ook, ter plekke, dankbaar voor kan zijn.

Maar goed, ik heb veel geleerd over mezelf. Marcel en ik hebben een wilde waterval gepionierd, dat is ook wat waard. Mijn liefde voor hem is weer eens exponentieel gestegen. De verleiding van avonturen met een tikkeltje absurde karakters laat zich altijd naderhand uitleggen en als ik weer een keer toevallig in de buurt ben van de Himalaya, dan vrees ik voor wat komen gaat.

_DSC0088

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

w

Connecting to %s