Blogs
Comments 3

En dan staat er opeens een Afghaans kind voor je


Mijn therapeut vraagt me wanneer ik tijd heb voor een volgende afspraak. Ik antwoord dat het afhankelijk is van de baan die ik zal vinden. Hij blijft me eventjes aanstaren. In dat moment maakt hij, denk ik achteraf, een afweging: mijn patiënt zoekt een baan en ik heb zelf een zéér urgente vacature bij de noodopvang voor vluchtelingen, mag ik haar echter een baan aanbieden waarin ze nauw met mijzelf zal samenwerken? Is dit goed voor mijn patiënt, voor mijzelf of voor beiden?

De patiënt blijkt verbaasd maar geïnteresseerd. Even later zit ik op de fiets naar Refuge Solidaire, het vluchtelingencentrum dat sinds een week van locatie is veranderd en nu uitzicht biedt over de hele stad. Ik hoef niet lang te zoeken naar het juiste gebouw, want nergens in Briançon zitten zoveel gekleurde mensen buiten op een trap. Ik twijfel waar ik mijn fiets neer zet, want ik heb geen slot maar zie evenmin bosjes waarin ik hem kan verstoppen. Zouden vluchtelingen er iets aan hebben, mijn fiets? Voor een rondje Briançon, in die drie dagen dat ze hier mogen blijven? Even langs het park, het oude centrum, het zwembad? Ik zet hem tegen een hek, loop de trap op en ga, net als veel anderen, zitten op een muurtje. Daar bedenk ik vast maar op welke honderd manieren ik hier niet thuishoor en hoezeer iedereen dat door zal hebben, zowel de andere vrijwilligers als de vluchtelingen.  

Mijn therapeut neemt me mee op een rondje door het gebouw. Hij begroet alle vluchtelingen (ik dus ook maar) en gaat een ernstig gesprek aan met elke vrijwilliger die hij tegenkomt. Hoe gaat het, neem je wel genoeg rust, laat het allemaal van je afglijden. De vloer plakt, in hoeken liggen stapels kleding, prullenbakken puilen uit, iemand rookt en wordt naar buiten gestuurd, vreemde talen klinken door de gang en overal slapen mensen. Op veldbedjes of op de grond.

Ik leer dat het gros van de vluchtelingen momenteel uit Afghanistan komt en word er meteen met één geconfronteerd, twee bruine ogen op kniehoogte van zijn moeder, handjes vastgeklemd aan haar broek.

Terwijl we door het gebouw circuleren geeft mijn therapeut me kleine beetjes informatie over de gang van zaken in het centrum. Refuge Solidaire voorziet in eerste plaats van noodopvang. Mensen verblijven er zo’n twee of drie dagen om van hun reis door de bergen bij te komen, te eten, drinken, douchen en zich voor te bereiden op het vervolg van hun reis. De receptie helpt hen vervolgens met het boeken van tickets naar de grote steden. Soms hebben ze geld, soms niet. Er zijn gelukkig veel donaties, zowel eten en kleding als geld, maar het budget blijft krap en ondersteuning van de staat is uitgesloten. Hoe het verloopt met mensen die vertrekken is zelden duidelijk, want de stroom vluchtelingen is enorm en hun verblijf in het centrum maar kort. 

Zodra we via de achterkant weer naar buiten lopen, en ondertussen zo’n 150 vluchtelingen zijn gepasseerd, besef ik me dat ik er nog steeds niet veel van begrijp. Wie zijn het, waarom en hoe zijn ze gevlucht, wie en wat laten ze achter, waar gaan ze heen? Hoe kan zo’n immense structuur zichzelf financieren op basis van donaties? Wie zijn al die vrijwilligers en hoe belanden ze in het kleine bergstadje van Briançon? En hoe functioneert een dergelijk dagelijks leven op deze enorme schaal? Functioneert het eigenlijk wel?

Er spelen blijkbaar een aantal complexe zaken die slechts mondjesmaat aan me worden uitgelegd. De verhuizing verliep allesbehalve soepel, veel mensen zijn boos op elkaar en een significant aantal vrijwilligers heeft zich recentelijk teruggetrokken. De toestroom van vluchtelingen is daarbij driemaal zo groot als het aantal beschikbare bedden en Covid heerst. Mijn voorganger zit thuis met een burn-out.

De voorgestelde tijdelijke functie (twee maanden) luidt als volgt: coördinatrice van vrijwilligers van Refuge Solidaire. Ik heb nog nooit iets gecoördineerd en ken zowel vluchtelingen als vrijwilligers alleen uit het journaal en de zojuist gelopen ronde door het centrum, en toch zeg ik ja, een beslissing waar ik al een paar dagen later spijt van heb.

Ik groet mijn therapeut en vind mijn fiets op dezelfde plek waar ik haar heb achtergelaten. Terwijl ik naar huis rijd, voel ik me alsof ik terugkom van een spontane reis naar een moeilijk stuk wereld. Totaal overrompeld. In elk geval zal ik me voorlopig niet alleen maar op mezelf concentreren, is mijn gedachte. Zal ik mijn ogen niet meer kunnen sluiten voor het onheil naast de deur, zal ik mijn geld verdienen met iets ‘goeds’. Het feit dat ik er zo middenin val voelt daarbij alsof het op de een of andere manier voorzien is. De bedoeling. Mijn beurt om een steentje bij te dragen.

Het zal een erg groot steentje worden. 

This entry was posted in: Blogs

3 Comments

  1. Wat heb je dat weer goed beschreven. Ik kan me de situatie zo goed voorstellen. En dan ja zeggen en achteraf (een beetje) spijt hebben. Zou mij ook overkomen. Maar weet je, het is een ervaring, hoe lang of hoe kort ze ook duurt. Je hebt al zoveel watertjes doorzwommen. Dit komt ook wel goed. En hopelijk ook voor die mensen.

  2. Pingback: Intussen (ergens anders) in Frankrijk – Can Xatard

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s