Bruno de Magiër

Het is maandagavond, half zeven, donker als in winter. Fieke heeft een afspraak in het oude centrum van Saint Chaffrey en ik ga met haar mee. Er is niemand in het dorp. Alleen wat vastgeplakte herfstbladeren op de natte vlakte van het plein lijken te wachten op, misschien, een wind om ze los te trekken en mee te nemen

Maar in een winkeltje op de hoek branden de lichten en de kachel. Daar loopt Bruno heen en weer, verstopt achter rijen skischoenen, tussen, onder en boven rijen skischoenen, een oude, gezette man met een frons en het krullende grijze haar van een vriendelijke maar vermoeide winkelier.

Nu moet je eerst iets weten over skischoenen. Die zijn hard en zeker niet gemaakt voor warme, zachte mensenvoeten. Een skischoen maakt een ‘tok tok’ geluid als je erop klopt met je knokkels of een ‘tik-tik tik-tik’ geluid als je erin loopt over het trottoir. Ze buigen niet en willen vooral niet met je mee, behalve als de sneeuw toevallig valt en de helling steil naar beneden loopt.

Maar Fieke en zoveel anderen skiërs willen nu juist naar boven. Die willen vele kilometers en hoogtemeters met de hardplastic schoenen overbruggen, alsof ze gemaakt zijn van schuimrubber en orthopedisch dons, zo licht als Nike-air maar rigide als – juist ja – een skischoen voor de afdaling.

Natuurlijk zijn er talloze skischoenen die zowel gemaakt zijn voor de beklimming als de afdaling, maar echt lekker loopt het nooit. Plastic blijft plastic en warme, zachte mensenvoeten van skitoerfanaten gaan er het liefst, zo eind herfst, poedeltje naakt vandoor (richting een warm eiland vol zacht zand). De enige die ze kan verleiden tot een langdurig verblijf in een skischoen is Bruno.

Bruno heeft klanten door heel Frankrijk, jonge talenten en olympisch kampioenen, skileraren, pisteurs en berggidsen, heren en dames zoals Fieke wiens voeten vreemde vormen aan beginnen te nemen. Zijn agenda is zo vol en ongeorganiseerd als zijn winkel, maar hij luistert geduldig naar Fieke’s problemen en begint dan met praten, deels tegen haar en deels tegen zichzelf, misschien dat ze dit eens moet proberen of dat, anders ligt beneden nog wel iets anders, een plastic huls en een linker binnenschoen, tussen twee maten in ja, dat is lastig, maar misschien, misschien valt er hier wat te knutselen en daar wat te plakken, wat liefde hier en wat magie daar en…

Ik heb plaats genomen op een bankje tussen de skischoenen en kijk hoe Fieke heen en weer loopt over het tapijt, in telkens weer een andere schoen, gade geslagen vanachter een rij skischoenen door een Bruno in gedachten. Hij werkt te veel, zegt hij. Er zijn nauwelijks andere specialisten in Frankrijk. Niemand kan hem assisteren want ze ontbreken het geduld of de precisie om het vakwerk onder de knie te krijgen. Te veel werk, geen slaap, van midden zomer tot eind lente elk jaar weer, een telefoon die vaak rinkelt tijdens ons bezoek.

Toch weet ik vrijwel zeker dat Bruno niet alleen is. Niet echt. Kleine skiërtjes met skivoeten en goggle-ogen komen tevoorschijn wanneer hij de gordijnen sluit, door een klein deurtje verborgen vanachter de skischoenen, zo ergens in een hoek van de winkel. Ze geven hem zijn gereedschap aan, organiseren de schoenen in rijen (zonder hen zou het écht een rommel zijn), wijzen hem op dubbele afspraken in zijn agenda, doen suggesties na het vertrekken van de moeilijkste voeten en houden zich muisstil wanneer Bruno zijn laatste, magische spreuk gebruikt om de skischoen leven in te blazen.

Bruno heeft misschien moeite met het vinden van een menselijke assistent, alleen maar omdat de skiërtjes erg kritisch zijn op het geklungel van zijn vorige assistenten en ze het gewoon niet zo op mensen hebben, die lawaaimakers met warme, gevoelige voeten die ook nog eens plastic schoenen nodig hebben en zelfs ski’s.

Maar goed, zij en Bruno gaan al vele honderden jaren terug en hij betaalt ze uit in chocolade. Dat hebben ze niet, daar zo waar zij vandaan komen.

Fieke moet nog vaak naar Bruno om samen met hem de skischoenen te vinden die haar de komende jaren soepeltjes door de winterse bergen laten bewegen. ’s Avonds zo tussen vier en zes moet ze hem bellen, en dan heeft hij ofwel een halfuurtje over, ofwel de gordijnen al gesloten, peinzend met een skischoen in zijn hand, een skiërtje dat over zijn agenda gebogen staat en nee schudt wanneer Bruno vragend naar hem kijkt.

Fieke’s volgende afspraak woon ik natuurlijk graag weer bij. Dan kan ik op zoek naar dat deurtje of de rijen skischoenen afspeuren naar een paar ogen dat stiekem meekijkt, en laat ik onopvallend wat chocolaatjes achter. Misschien gaan ze mij dan wel leuk vinden.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s