Marktkoopvrouw

Florice is de flirt in de kraam schuin tegenover ons. Ik schat hem zo’n jaar of vijftig, met grijze lokken en een linker knipoog. Hij is niet te vertrouwen, die Florice. Noch zijn groenten.

Op de markt staan producenten en doorverkopers. Doorverkopers herken je aan een te groot assortiment, ‘verschilt niet van de supermarkt’ zegt Thomas. Producenten staan er met hun eigen broccoli, aardappelen en pompoenen. Onze overbuurman ontbreekt het soms aan groenten, koopt ze dan in bij de Italianen op de hoek en zet ze voor een hogere prijs te koop in zijn eigen kraam.

Het is zondag negen uur in Briançon. Ik sta achter een kraam gemaakt van bamboe, in de frituurdampen van ‘Les Saveurs des Îles’ (de smaken van de eilanden), van Samossa’s en Nems met garnalen, kip of groenten. Mijn klanten zijn met pensioen, want de romantici en uitslapers liggen nog op bed en komen twee uur later, en de gezinnen hebben eveneens tijd nodig om op te starten.

Thomas frituurt ons koopwaar en legt het dan in bakken voor me. Ik schep het in zakjes en stop het briefgeld in mijn broekzak. Schreeuwen hoef ik niet, want de bamboekraam valt in het oog en mijn zakken vullen zich als vanzelf.

Halverwege de ochtend maakt Florice de oversteek met een klein trosje druiven en legt die op de toonbank. ‘Voor jou, hè, niet voor Thomas.’ Zijn linkeroog knipoogt. Even later krijgt Thomas een uitnodiging van de meneer met de forellen om, na het afbreken van de markt, oesters en witte wijn bij zijn buurman te proeven. De mevrouw van de schoenen houdt zich niet meer aan haar eigen belofte en komt toch, zoals elke zondag, langs bij Saveurs des Îles voor een zak met Accras. Thomas schept een tiental extra Accras in haar zak en laat haar minder betalen. Tegen het einde van de markt wordt er een kist met groenten gedumpt naast de kraam, even later zie ik Thomas een zak met Samossas weggeven aan iemand wiens geld niet in mijn broekzak beland. Op onbekende wijze verschijnt een groot, vers stuk kaas in de mand met persoonlijke bezittingen.

Zo ongeveer iedereen die ik ken in Briançon passeert die ochtend onze marktkraam, want zo ongeveer iedereen die ik ken gaat op zondag naar de markt. Ik kan me niet verbergen voor werkgevers die ik ben vergeten te antwoorden, noch voor gierende vrienden die Falaffels pikken en daarom door Thomas gedwongen worden te helpen met de afbouw van de kraam.

Ik geef hem de proppen biljetten van mijn broekzak en voel me een handelaar, een marktkoopvrouw, een echte, al word ik gewoon via een contract uitbetaald en heb ik alle geheimen van de markt nog om te ontdekken.

’S middags ligt er een zak Goutalis op de keukentafel, naast een stuk kaas en een stapel wortelen. Ik was het frituurvet uit mijn haren en neem grijnzend plaats achter het waar. Mijn eerste dag op de markt van Briançon is een absoluut succes.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s