Kortjakje

Het is vrijdagavond en het donker is net gevallen. Ik slinger mijn gitaar aan de hals mee naar de Citroën AX, die geparkeerd staat op een stuk gras naast de Clarée in La Vachette. De achterbak gaat open wanneer ik voorzichtig aan het kleine touwtje trek dat uit het slot kruipt. Ik zet mezelf achter het stuur en trek ook aan de starter, en dan maak ik veel lawaai met mijn gaspedaal, want de AX start anders niet. Met name nu het kouder is. Voorzichtig draai ik haar een halve slag in de rondte, en dan rijd ik rustig mijn verlaten dorp door.

Want het is stil op de Dodekippenkattenweg. En het is stil op De Verschrikkelijke Weg, tot aan Briançon, waar het eveneens stil is, van het oude centrum tot de dalende Chaussée tot mijn muziekschool. Niet uitgestorven, maar stil. Zoals in de bibliotheek.

Mijn gitaarleraar komt uit Gap. Hij is een jaar of vijftig en heeft een klein brilletje en een kale kruin. Ik zit tegenover hem en laat ‘altijd is kortjakje ziek’ horen. Mijn studiegenoten zijn tussen de zes en twaalf jaar oud, daarom staat mijn studiemateriaal vol dirigerende muizen en gitaar spelende honden. Maar dat maakt gitaarspelen niet makkelijker, nee, het is moeilijk om je vingers op de fretten te houden en om noten te lezen en om het ritme aan te houden.

Getrommel en gelach komt door het open raam naar binnen. ‘Geven jullie hier ook danslessen?’ vraag ik mijn leraar. ‘Nee’, zegt hij, ‘dat zijn de immigranten’. Het conservatorium staat naast het opvangcentrum waar asielzoekers twee nachten mogen verblijven. Wat jammer dat er muren zijn, denk ik eventjes, tussen de violen, piano’s, klarinetten en liefhebbers van percussie. Kortjakje roept voordat ik mijn verhaal kan beginnen.

Even later zit ik weer achter het stuur van de AX, en rijd haar in z’n twee de Chaussée op. Kom op, AX, zeg ik haar. Er schijnen lichtjes in het oude centrum, maar de bergen liggen in het donker. Ik denk aan mijn gitaar in de achterbak en moet glimlachen. We hebben allemaal geheimen.

De AX rolt haar stuk gras weer op en ik sleep mijn gitaar aan de hals terug naar huis. Vijf minuten later ren ik naar buiten om te controleren of ik de starter wel terug heb geduwd. Die zit, zoals altijd, gewoon weer in zijn hokje. Dan geef ik Tigrou zijn bak eten, zet een kop tijmthee om de kou te trotseren en neem plaats op een kruk achter mijn bureau, met mijn linkervoet op een stapel boeken en mijn gitaar op schoot.

Ik voel me thuis.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s