Als ze lacht

Mijn bazin loopt erg langzaam. Zo’n zes seconden per stap. Het lukt haar niet om haar volgende voet snel genoeg te laten landen, daardoor is ze uit evenwicht wanneer er geen steun beschikbaar is. Gelukkig is het restaurant klein: ze kan via het keukenblad langs de bar en eerste twee tafels naar de uitgang. Die twee tafels staan voor de gelegenheid tegen elkaar aangeschoven.

Ik zit naast de ‘comis de cuisine’, de keukenhulp die tegen het einde van het seizoen onofficieel chef is geworden. De weinige klanten die we hadden dachten dat wij samen het restaurant runden. Wat we vooral deden was de tijd doden, vaak door te praten over wat we stiekem op onze telefoons aan nieuws zagen, of over Briançon, of zijn vader, die eens opgepakt was door de politie omdat hij een bevallende vluchteling had geholpen bij de oversteek naar het ziekenhuis.

Midden aan tafel zit de echtgenoot van mijn bazin. Hij is stil, vanavond. Hij lijkt nergens op aan te kunnen haken, niet op de conversaties aan tafel en niet, in grotere zin, op het leven in het Westen. Over een maand gaat hij terug naar Nepal, maar eerst moet hij naar het ziekenhuis. Ze hebben op een echo gezien dat zijn lever te groot is. Hij lijkt echter blij om ook iets te hebben, want alle aandacht gaat altijd naar zijn zieke vrouw, die tegelijkertijd niets kan doen voor het restaurant en hem constant nodig heeft. Het aangeven van haar telefoon, haar stok, haar sleutels.

Beiden ontkennen regelmatig dat hij een alcoholprobleem heeft, maar sinds we weten dat hij een vergrootte lever heeft, weten we ook wat hij telkens in de kelder deed. Het verband heeft hij zelf nog niet gelegd, daarom blijft hij ons vertellen over zijn ziekte, desnoods met een glas rosé in zijn hand.

Aan het einde van de tafel zit mijn voorganger in de bediening, tevens kleermaker, marktkoopman en reisorganisator. Hij draagt een Afrikaans shirt en heeft lange blonde haren. Ik zie hem vaak in Briançon, zoals iedereen; hij is iemand die je niet echt kan missen, op zijn crossmotor met zijn zoontje of aan de hand van zijn schitterende Afrikaanse vriendin. Hij helpt mijn bazin veel, zit vaak met haar aan de telefoon, weet inmiddels wat ze wel en wat ze niet kan en helpt waar nodig.

En naast mij zit Fieke, mijn genodigde voor de avond, en tegenover me het vriendinnetje van de comis. Achter ons ligt het terras in stukken, het meubilair opgestapeld in de koepel en de verzameling schommelende kaarsenhouders op de ronde tafel. We eten Momo’s, Nepalese salade en Indiase poulet Korma, alles wat nog over was, en delen een piepkleine wereld die keihard ten einde loopt. Ze is mooi, mijn bazin. Als ze lacht, dan gebeurt er iets in de ruimte. Iets verandert. En als ze huilt, dan huilen we allemaal een beetje mee.

20190915_142838.jpg

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s