Blogs, Fictie
Comments 4

De Slager


Een klein (maandag)verhaal in afwachting van de finale van De Drie Oude Dametjes.

Oma vergeet nog wel eens dat ik vegetariër ben. Vooral op woensdagochtend, wanneer ze de slager vraagt om twee biefstukken voor onze wekelijkse lunch. Vandaag vertrek ik een uur eerder van werk en vergezel ik haar naar de hoek van het dorpsplein, zodat ik de slager kan influisteren dat mevrouw Monet vanaf vandaag slechts één stuk biefstuk wil.

Voor de ruit van de slager hangen twee varkens. Een belletje klinkt bij onze binnenkomst, het licht schijnt fel op het roze vlees in de vitrines. Twee mannen kijken ons glimlachend aan. ‘Madame Monet!’ roept de oude met snor. ‘Hoe gaat u vandaag? Hoe staat het ervoor in uw bergdorp? Niet al te glad op de paden?’
‘Nou,’ mompelt mijn oma, ‘het mag wel weer zomer worden.’ Ze schuifelt iets naar voren en fronst alsof ze de mannen wat beter wil bekijken, zoekt vervolgens naar haar portefeuille.
‘En wie heeft u meegenomen? Ontmoeten we nu eindelijk uw kleindochter? Matthieu, twee biefstukken van 200 gram.’

De jongere, jaar of dertig, grijpt naar een enorme lap in de vitrine, legt het vlees met een klap op een plank en begint erin te snijden.
‘Eigenlijk… Maar eentje vandaag.’ Hij kijkt op en mijn hart slaat een slag over. Zulke donkere ogen. ‘Eentje maar?’ vraagt hij.
‘Uh… Ja. Ik ben uh, heb niet zo’n honger.’
‘Ach, dan bewaart u hem voor vanavond,’ zegt de oude met een knipoog. ‘We geven hem cadeau vandaag. Een feest om u beiden hier in de winkel te hebben. Twee stuks, Matthieu.’

Ik zie zwijgend aan hoe de twee biefstukken worden gesneden, ingepakt en uiteindelijk in de handtas van oma verdwijnen.

De woensdag erna vertrek ik weer een uur eerder van werk en neem mezelf voor dit keer wat steviger in mijn schoenen te staan. Vlak voor het openen van de deur voel ik een klein beetje zenuwen in mijn buik; met hoop en vrees bekijk ik de bezetting van de winkel en zie dat Matthieu, de naam die ik niet meer uit mijn hoofd krijg, een kopje koffie drinkt in de hoek van de winkel.
‘Dames!’ roept de oude. ‘Wat een plezier u wederom beiden in de winkel te hebben! Matthieu, twee biefstukken van 200 gram.’
‘Uhm’, stamel ik, ‘eentje maar, alstublieft.’
‘Eentje maar?’ vraagt Matthieu. Hij kijkt op en lacht, blijft kijken tot ik reageer, mijn reactie vertraagt dramatisch.
‘Nou, uhm, mijn oma heeft niet zo’n honger vandaag.’
‘Wat zeg je, kind?’ roept oma.
‘Niets oma, niets.’ Ik heb het opeens heel erg warm.

Als ik die middag boter in de pan gooi en het papiertje van de slager open, zie ik alsnog twee biefstukken.

De woensdag erna repeteer ik het zinnetje in mijn hoofd vanaf het huis naar de slager, wat aardig veel oefening oplevert aangezien oma zo snel niet meer loopt. ‘Een biefstuk alstublieft, ik ben vegetariër. Een biefstuk alstublieft, ik ben vegetariër. Een biefstuk…’
‘Goedemiddag madame Monet en kleindochter! Hoe gaat het ermee vandaag?’
Tot mijn teleurstelling zie dat Matthieu niet aanwezig is. Ik probeer achter de slager langs te kijken om te zien of hij misschien in de keuken bezig is, maar zie alleen een lege werktafel.
‘U zoekt mijn collega? Die is er vandaag niet. Heeft u zijn cadeautje gewaardeerd?’
‘Cadeautje?’ Mijn hart gaat sneller kloppen.
‘Een tweede biefstuk?’
Oma haalt ondertussen munten uit haar portemonnee en legt ze op de toonbank.
‘Ah…’ Ik weet niet wat ik moet zeggen en glimlach verlegen, roze als al het vlees in de vitrine.
‘Volgende week zal hij er gewoon weer bij zijn’, zegt de oude slager met zijn knipoog. ‘Fijne dag, dames!’
‘Fijne dag’, stamel ik.

Die week erna probeer ik oma zover te krijgen om alleen naar de slager te gaan, want ik durf niet meer, maar ze is dusdanig aan mijn gezelschap gewend geraakt dat de dorpsstraat plotseling te glad is om alleen te traverseren, de lucht daarbij te koud en het opstapje voor de slager te hoog. Achter een slinger kaalgeplukte kippen zie ik meteen dat Matthieu in de winkel aanwezig is, waardoor mijn handen trillen bij het openen van de deur en ik schrik bij het horen van het belletje.
‘Ik ben vegetariër!’ roep ik direct uit onmacht. Een klant met hoed kijkt me geschrokken aan, ik zoek een luik in de tegelvloer om doorheen te verdwijnen.

‘Komt dat nou eventjes goed uit,’ zegt de oude slager. Verbaasd kijk ik op, hij lacht breed. ‘Matthieu, geef deze mooie jongedame wat je deze morgen met zoveel inspanning en liefde hebt klaargemaakt.’ Ik neem het pakketje aan zonder Matthieu aan te kijken en vraag zacht wat erin zit.

‘Een vegaburger, mijn lief!’ roept mijn oma.

4 Comments

    • Haha dankje! Ik ga ook een hondje nemen! Waarschijnlijk verhuizen we over een aantal maanden naar een plekje met een tuin! Wordt alleen wel een iets grotere (we denken aan een husky, malamute of samoyede). Hoop in elk geval dat ie zo gelukkig word als Scotty!

      • Dat is leuk nieuws! En die harige monsters die jij opnoemt zijn ook super honden. Ik wacht geduldig af tot Bonzo voorbij komt!

  1. Je bent geniaal! (Hier ga ik nog de hele week aan terugdenken en dan weer lachen. Als iemand dan vraagt wat er is zeg ik ” ik ben vegetariër …” 🙂

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s