Author: Ruby Elizabeth

Lunchtekeningen

Ik heb een uur en een kwartier pauze, en het liefst ga ik bij de bakker een kopje koffie drinken. Want die zit aan de ‘grote’ weg in mijn skidorp, en ik hou van wat er langsloopt. Soms denk ik aan de toekomst van het skiën. Of hoe – en dat heb ik al eens geschreven – alle secundaire huizen zich bij hun eigenaars voegen. 61% van de huizen in Briançon en omgeving is van iemand ver weg; 61% dichte luiken in het laagseizon; 61% huizen die massaal emigreren? Of ik denk aan, uhm, een muis? Die laatste is misschien nog wel mijn lievelings.

In Aperol Spritz gedrenkte muizen

Ik wil alleen nog maar zijn pootjes op het parket en zijn gewicht op mijn bast. Dat je kunt rouwen om een kat wist ik niet maar om Tigrou kan ik dat. Want geen enkele kat zal me aankijken zoals hij. Onvervangbaarheid is geen mooi woord en toch was hij onvervangbaar zo mooi als ‘t zich voor kan doen, onvervangbaar in zijn oranje vacht, zijn gemauw, zijn kopjes. Hij kwam ons ophalen wanneer hij het geluid van onze auto herkende. Niemand kan ons ophalen zoals Tigrou. Na zijn dood dacht ik: jeetje, ik ben niet voor dit leven gemaakt, want de dood van mijn kat valt me veel te zwaar. Maar na gesproken te hebben met huisdierbazen uit alle hoeken, weet ik dat het overlijden van een huisdier, voor bijna iedereen, even, een catastrophe is. Want Tigrou bestond in elke ruimte van het huis. Hij was veel groter dan ik dacht. Hij woog meer dan ik dacht. Je kon hem niet lang in je armen houden, maar nu droeg ik hem naar het bos, door …

Bushokje

Elke avond, als ik ga slapen, zet ik mijn geest in het bushokje.Dan komt de bus.En ben ik weg. Soms gaat mijn geest zelf in het bushokje zitten, tijdens een saaie presentatie.Dan hoop ik dat de bus niet langskomt.Hé, eruit, fluister ik dan.Twee minuten later zit ze er weer. Soms is het juist andersom. Dan lig ik in bed en zet ik mijn geest keurig en op tijd in het bushokje.Een enkele oogwenk later vind ik haar terug.Op reis of aan het puzzelen of hordelopen.Of in de boekwinkel, grijnzend.Dan pak ik haar bij haar nekvel en zet haar terug in het bushokje.‘Dat dacht je’, hoor ik haar denken.En daar gaat ze weer, de hort op. En ’s ochtends? Dan wordt ze netjes gewoon, op tijd, weer afgezet. Of nou ja. Soms twijfel ik.Dan is het tien uur ’s ochtends en heb ik toch het gevoel dat er iets mist.Terwijl ik bovenlangs mijn koffiekop staar.Heb ik mijn geest wel opgehaald vanmorgen?

Brillenclub

‘Zet ze maar op,’ zei de mevrouw.Ik schoof de bril op mijn neus. Ze keek me nieuwsgierig aan. ‘Het is een beetje gek in het begin, toch?’ Ja, want ik deed hem meteen weer af. En toen weer op. En toen toch weer af. Nieuwe ogen. Voor mijn 34ste verjaardag mag ik de wereld scherper zien. Ik dacht dat iedereen moe werd van autorijden en computeren, maar op een dag begon ik toch aan mijn zicht te twijfelen. Je went eraan, aan grote letters in Word en de laptop tegen je neus. Dat ik eigenlijk bij de brillenclub hoorde, kwam nooit in me op. Omdat je andermans zicht niet ziet en die dus niet kunt vergelijken met je eigen. En andermans geluid hoor je ook niet, en andermans gevoelens voel je ook niet. Daarom is het toch gek om opeens een bril te dragen. Heel even moet ik wennen aan de kleine correctie van mijn brillenglazen, en net zo even besef ik me dat de wereld is zoals ik haar zelf, en alleen ik, ervaar. …

De buurman. En de buurvrouw.

De buurman houdt niet van katten en heeft al jaren ruzie met de buurvrouw. Toch heeft hij zes katten die hij allemaal liefdevol Sale Chat noemt (vieze kat). Meerdere keren per week gaat hij bij de buurvrouw langs, in het ziekenhuis. Die heeft haar venijnige karakter nog niet verloren, zegt hij vaak. En dat is ook wel zo. Ze stuurt ons allemaal sms’jes met bevelen. Kom langs, ik ben alleen. Ik wil een croissant. De eerste keer at ik die croissant zelf op, in de auto, toen ik terug naar ons dorp reed. Want de buurvrouw mag geen vaste dingen meer eten omdat ze daarvan stikt, en ik weet niet of ze die realiteit negeert of zoveel honger heeft dat ze het stikken bij het eten van een croissant op de koop toe neemt. Haar familie heeft haar computer al uit huis gehaald. Daar speelde ze patience op. Mocht ze onverhoopt toch thuis mogen sterven, dan kan ze dus geen patience meer spelen voordat ze doodgaat, en er is al zo weinig te doen in …

Een kantoorbaan

Elke ochtend gaat mijn wekker om zes uur. Te donker om mijn hond uit te laten, om de ogen te openen, in alle eerlijkheid. Toch schuilt er in die koude ochtenden een ontmoeting met de dag die ik opzoek in gedachten, nog voor ik mijn bed uit moet. Iets waar ik zin in heb. Alleen op de wereld op mijn bank met mijn koffie, voordat het geheel doordraait richting het tijdstip waarop ik naar werk moet. Zes maanden lang test ik het leven van normale mensen, of hoe ik me voorstel dat veel normale mensen hun leven leiden. Een kantoorbaan van kwart over acht ’s ochtends tot vijf uur ’s avonds, met elke zaterdag en zondag het weekend. Zo’n zeven uur per dag zit ik routineus met de neus achter een computerscherm. De beste uren van de dag; die van daglicht. Tussen de middag eet ik warm uit mijn plastic bakje, uit de magnetron, tegenover collega’s in het refectoire. Dat is een Frans woord dat ik niet kende en door google wordt vertaald als ‘refter’; …

Herfstzon

Het is alsof iemand een magische spreuk over ons landschap heeft uitgesproken. Een zwaai met de toverstok en alle mensen zijn weg, nog een zwaai en de hitte verandert in herfstzon, een derde zwaai en het kleurenpallet gaat van donkergroen en -grijs naar geel en oranje, met witte toppen omdat het zo koud is ’s nachts. Een geheim wonderlandschap dat in theorie voor iedereen toegankelijk is, maar slechts voor ons hier in de vallei achter de deurpost ligt. Een stap naar buiten, vier hondenpootjes om uit te laten en frisse lucht van hart tot vingertoppen, dauw op de velden die nu knisperen, geen mens, geen auto, alleen de langzame en doodstille doorgang van seizoenen. Was het maar langzamer, denk ik altijd in herfst. De pracht en praal van witte vlokken hoeft nog even niet deze paden te bedekken, niet deze oranje bomen, niet deze warme stralen van een vriendelijke, zachte zon. Ze mag haar uitnodiging aan skiërs en langlaufers laten slingeren, kwijtmaken ware het niet dat mijn inkomen van hen afhangt. Misschien dat de belofte …

Honderd jaar later…

…zit ik eindelijk weer achter mijn computer om een blog te schrijven! Het voelt als thuiskomen. De gedachte om me weer, een soort van, in dezelfde omgeving te bevinden als Scotty, Anemos en Can Xatard alleen al, doet me plezier. Geen idee echter waar ik het over moet hebben. Mijn leven heeft in de tussentijd in zo’n acht achtbanen gezeten (maar lijkt vreemd genoeg op precies dezelfde plek weer te zijn afgezet); de attractie van de wereld is ergens op z’n kop blijven hangen. Het dorp heeft een bloedhete, door toeristen én modder overstroomde zomer overleefd. Alleen het huis van de buurman – die naast de rivier – is door alle gaten en kieren tezamen volledig ondergestroomd. En de alleenstaande, 70-jarige buurvrouw heeft een ALS-diagnose gekregen, opgedaan, ondergaan. Bleef het nou maar bij die diagnose, denk ik nu, bij wat woorden op een briefje geschreven in doktershandschrift. Maar de veters kunnen niet meer zelf gestrikt, de mouwen niet meer opgestroopt, het haar niet meer gewassen. En de woorden? Niet meer gesproken. Hoewel je als dorp …

Hop, hop, trein

De kat zit op het aanrecht, de hond ligt op de grond. Een nieuwe klok tikt, het is half elf ’s avonds en vaak slaap ik al om deze tijd. Maar vanavond niet. Vanavond schrijf ik — iets wat geforceerd misschien, maar het kwam er de hele dag niet van, en de trein moet bij het station vandaan. Die moet rijden, de rails volgen dwars door het berglandschap van mijn huidige hart, hoofd, wereld en tijd. Hop, hop, trein. Waarover schrijven dan? Bijna al mijn vriendinnen hier in Frankrijk zijn zwanger, en daarom brei ik mutsjes. Ik kan er niet onderuit dat deze toekomstige geboortegolf mijn huidige realiteit markeert: al die groeiende doperwten, vijgen en mango’s. Er is straks veel om van te houden, en waarvan ik dan houd, zal geen rotsen beklimmen of bergen afskiën, maar huilen en poepen, en met zo’n zachte babyhuid vragen om aandacht en knuffels. Terwijl ik soms ook de lokroep hoor van een eigen kind met een eigen muts, vraag ik mijn lichaam momenteel om iets heel anders: om …

Ik ben moe!

Vandaag ging ik naar de dokter en was er niets met me aan de hand. Heeft u keelpijn?Nee.Hoest u?Niet echt meer.Hoofdpijn?Nah. Tegenover me zat een piepjonge intern en ik voelde me, vanaf het moment dat ik de ruimte binnenstapte, een gekke oude dame die zich dingen had ingebeeld. U was ziek?Ja, ik was ziek.En nu bent u beter?Ik geloof het wel, ja. De timing van mijn doktersbezoek was ronduit slecht, want het enige wat ik nog aan haar kon presenteren was het gevoel net een oorlog te hebben uitgevochten, en daar durfde ik niet over te beginnen. Dus zat ik daar, gezond en wel mijn schouders op te halen. En toch was ik drie weken lang ziek geweest. ‘Drie weken!’ Riep ik nauwelijks. ‘Het goorste spul ooit kwam uit de top van mijn longen naar boven! En toen had ik keelpijn en tandpijn en hoofdpijn en toen was ik vier kilo lichter en in de afgelopen 72 uur sliep ik er zo’n 62!’ Hoe gaat het met u? Dat was misschien wel wat ik bij …