Year: 2017

Het blonde gezelschap en Jumpy

Mijn kluizenaarsbestaan hier op de berg ligt ergens tussen nagenoeg perfect en volstrekt onwerkelijk. Ik word wakker met het besneeuwde Mont Blanc massief aan de overkant, twee ongeduldige ski’s en een pruttelende koffiemachine. Het enige dat ontbreekt is het gezelschap waarmee ik mijn geluk deel. Als Adria niet thuis is, praat ik tegen mijn onzichtbare huisdier en de sympathieke muren van het chalet. Mijn vriendje zit in Spanje, mijn vrienden God mag weten waar en mijn familie in Nederland. Echter, net als de dagen eentonig dreigen te worden, kloppen Fieke en haar broer aan. Sam is een fotograaf en komt met camera’s, twee stuks, zo’n oude vierkante en een geavanceerde met een lens die pontificaal mooi en duur op de camera is geschroefd. Fieke komt met Jumpy, het rode busje dat moeite heeft met de besneeuwde helling richting Coupeau maar zich heel stoer naar boven ploegt. Ik ben blij met de schuur onder het huis, waar Jumpy even afgeschermd van de sneeuw haar motor kan rusten en koplampen kan sluiten. Voel ik me ook weer …

Busrides from Hell

Fieke en ik reisden van Olot naar Barcelona in een touringcar. We zaten achterin en giechelden als meisjes op schoolreis. Na een stilte zei ze op serieuze toon: Geniet er maar van, deze bus. In Nepal is het anders. Busverhalen. Marcel had er nog wel een paar liggen. Oude, volgestampte, hete bussen die rijden over onvoorstelbaar slechte wegen in trajecten van tien, twintig uur. In een lounge in Kathmandu bladerde ik door de Lonely Planet, het boek dat mijn bijbel zou worden in absentie van andere literatuur. Ze schreven over Busrides from Hell naar mijn volgende bestemming in Nepal. Oké, dacht ik, kom maar op. De dag van de reis tussen Kathmandu en Besisahar werd ik misselijk wakker. Angel, Marcel en ik namen de taxi richting het busstation en werden bij aankomst direct aangesproken door drie mannen die ons met volharding en ongeduld in hun bussen wilde krijgen. Marcel wimpelde ze af en vond het ticketoffice, aan de rand van een stoffig, grijs terrein waar de contouren van de bussen opdoemden in het vroege ochtendlicht. …

Patrick

Vanaf vandaag heb ik precies drie maanden om me voor te bereiden op het ski-examen van de gidsenopleiding. Op zoek naar advies voor een skileraar die me hierbij kan helpen, klopte ik twee dagen geleden aan bij de ENSA. Marcel had me aangemoedigd om specifiek bij hen langs te gaan, zodat ik maar vast aan ze kon wennen. De enge mensen van de ENSA. Ze konden me niet helpen, omdat examenkandidaten geen advies van de examinatoren zelf behoren te krijgen. Maar, zeiden ze, er zijn genoeg skileraren die het examen kennen en je prima kunnen voorbereiden. Niemand zei overigens tegen me: ‘Hé, klein meisje, wat doe jij hier? Het is veel te gevaarlijk voor jou hier!’ Dat was toch geruststellend. De dag erna bracht ik een bezoek aan École du Ski Français, de ESF in Les Houches, het nest van de rode skipakken. De secretaresse achter de balie wist niet wat een berggids was, maar na een telefoontje met een leidinggevende kwam ze met een naam op de proppen: Meneer Patrick, zowel berggids als Moniteur …

Een paar laarzen

Achter de ruiten van het vliegveld van Geneve zag ik sneeuwvlokken vallen. Ik vroeg aan mijn transferchauffeur of hij me in Le Coupeau kon afzetten, mijn dorp, dat hoog op de helling ligt. ‘Maybe, but maybe not’, antwoordde hij. Hij wist me nog vrij ver omhoog te rijden. Toen ik uitstapte begreep ik waarom hij was gestopt: Mijn roze gymp zakte diep weg in de poedersneeuw. Gillend vloog ik Adria om de hals. Sneeuw, Adria, sneeuw! De volgende morgen gleed ik over een bospaadje naar beneden, op weg naar een winkel waar ze gepaste schoenen verkochten. Op twee ordinaire, bonten, futuristische laarzen met ingebouwde uitklap stijgijzers liep ik weer omhoog. Het was zo… wit. Er waren zoveel bergen. En die bergen waren ook zo wit. Alleen de beste dagen van de vorige seizoenen zagen er zo uit, en die waren pijnlijk schaars geweest. De sneeuw dwarrelde op mijn wimpers en wangen en bleef kleven in mijn haren. Ik liet me vallen op de grond en had een zachte landing.  Graag had ik Marcel gebeld om …

Le Plaisir

Ik kreeg vanmiddag een email van de CRET met dit zinnetje: ‘…nous avons le plaisir de vous informer que vous bénéficierez d’un financement de la Région PACA et du Fonds Social Européen pour suivre, au sein de notre centre, la formation « préparation au Probatoire d’Aspirant Guide de Haute Montagne »’. Ze gaan mijn CRET financieren. Dat is heel, heel, heel erg goed nieuws, want uit eigen zak had ik ’t nooit kunnen betalen. Gisternacht heb ik een ticket naar Chamonix geboekt, waardoor ik morgenavond arriveer in Le Coupeau, een dorpje boven Les Houches. Daar woon ik namelijk deze winter, samen met Adria. En dat laatste schrijf ik er even nonchalant achter, maar Adria is voor het derde jaar mijn Chamoniaanse huisgenoot en dat is net zo fantastisch als die hele opleiding. Ik had hem zojuist aan de telefoon en hij zei me dat er al sneeuw lag. In het dorp. De liften gaan dit weekend open en wij gaan skiën alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Als ik nu mijn been …

De kinderen van Nepal

Ik heb in Nepal bijna evenveel baby’s als jonge vrouwen gezien. Baby’s maken deel uit van het straatbeeld. Van de samenleving. Je ziet ze en ze zien jou, omdat ze vastgeplakt aan hun moeder gaan waar zij gaat en zien wat zij ziet. Ze kijken niet naar het dak van een kinderwagen maar rechtstreeks de wereld in. Hun oudere broertjes en zusjes zijn eveneens in grote getalen aanwezig. Waarom? Misschien zijn er meer kinderen in Nepal dan in, laat ik zeggen, Nederland. Misschien vindt een groot deel van het Nepalese leven buitenshuis plaats, op straat, waar de temperatuur aangenaam is. Misschien concentreren Nepalese ouders hun kinderen niet in een crèche. Het lijkt echter alsof ze alle vervelende, luide, lelijke kinderen in achterkamers verstoppen, ver buiten het oog van toeristen. Want diegene die we wel zien, zijn onwaarachtig schattig, rustig en op hun plek. Natuurlijk is het makkelijk om – als Hollander met een kinderwens –  de exotische koppies met die prachtige bruine ogen en zwarte piekharen te adoreren, maar geloof me, ze hebben bijna iets …

De Wilde Waterval

Mijn vriendje en ik waren toevallig in de buurt bij de Himalaya en daarom op zoek naar een berg om te beklimmen. Onze klimspullen lagen in het hotel in Pokhara, Marcel liep de trekkingagency’s plat om informatie in te winnen en ik bestudeerde de cocktailkaart van mijn favoriete bar in Lakeside. Ondanks de nabijheid van de Annapurna Conservational Area was het praktisch onmogelijk om vorm te geven aan een mooi alpine plan. In Nepal zijn de bergen heilig, duur en moeilijk te bereiken. Nog voor de hoogte een probleem is, worden de pieken financieel ontoegankelijk voor diegene met een bescheiden spaarrekening. Wij hadden geen geld voor permits, porters en gidsen. Maar Marcel was vastberaden en vond na ruim een week zowel een gratis berg als een Nepalees die zijn plan kon bevestigen. ‘So, this one, can we climb this one for free? Without problems?’ Marcel wees naar een plek op het glazen blad van het bureau waaronder de kaart van de Annapurna’s lag uitgestreken en keek hoopvol naar de enige Nepalees die onze intentie – …

Een bus naar het centrum

‘You act like a princess’, verweet Marcel me. Onze spullen lagen nog opgeslagen in het hotel waar we met zijn vader verbleven voor ons vertrek naar de onbekende berg. Uitgeput waren we de eerste avond van onze terugkeer neergestreken op het zachte witte bed van een ruime kamer, die zonder sponsering van de pensioenpapa ver boven ons budget zou liggen. Maar vader zelf was inmiddels op yogaretreat en had zijn rupies mee de heuvels ingenomen. Daar gingen we dus, de volgende morgen, op naar een guesthouse in een achterbuurt waar het soort reiziger met dreads en tattoo’s verbleef; diegene die fietsen hadden en wijde broeken droegen die jaren terug in India, Peru of Zuid-Afrika waren gekocht. Konden we dan ter compensatie eten in het Spaanse tapasrestaurant? Of cake halen bij de German Bakery? Of cappuccino’s drinken bij die gelikte hoektent of cocktails aan het meer, happy hour happy hour? Nee, want chowmein (noodles) kostte 80 cent in het donkere zijstraatje, en momo’s had je al voor vijftig cent vlak buiten Lakeside. Toen liet ik een …

Vliegangst

Als ik door de gate loop, neem ik de gezichten van alle mensen in me op die in het volgende tijdbestek hun leven zullen verliezen. In het vliegtuig word ik even afgeleid doordat we gezamenlijk door een enkel nauw pad geleid worden en we allemaal onze handbagage het liefst boven onze hoofden willen stallen, maar daarna, als ik zit, werp ik een blik door een raampje om te zien welk deel van de vleugel zal afbreken. Omdat ik niet vaak genoeg vlieg, is elk geluid verdacht. En de absentie van veel geluid is ook verdacht. Elk lampje, aan of uit, is een indicatie van aansnellend noodlot. Ik analyseer het gedrag van mijn reisgenoten en weet zeker dat ze pretenderen rustig te zijn. Het begin van een omroep begint neutraal om af te leiden, the temperature in Barcelona is ladieda, maar daarna zal het zich subtiel ombuigen tot de ware boodschap: We will crash. Please pray. ‘Het is als de bus’, denk ik geforceerd. Gewoon, de bus, die tussen Heemstede en Hoofddorp. De bus maakt ook …

Mini-Nepali

Het gekke aan vliegtuigen is dat ze je in een mum van tijd aan de overkant van de wereld afzetten. Ze grijpen je in de kraag in Nepal en laten je achteloos slingeren in Quatar, en dan, opeens, openen ze hun poort naar Barcelona Aeroport. Ik heb het stof dat door scooters in Kathmandu werd opgeklopt nog in mijn neusharen. Onder mijn schoenen zit het modder van Annapurna en in mijn buik ongetwijfeld momo of lassi, ergens, in onherkenbare vorm. De geur van mijn kleren en haren komt van frituurvet in Thamal, de bruinige waas over mijn hippiebroek van alle banken en trappen waarop ik gezeten heb in de hoofdstraat van de chaos. Als ik achterin de glimmende auto van de Comamala’s over de spekgladde wegen door het kaarsrechte verkeer rond Barcelona gereden wordt, heb ik het gevoel dat Nepal nog over mijn huid loopt. Alsof minikoeien, kippen en apen en mini-Nepali op scooters en fietsen en te voet allemaal hun drukke wegen banen over mijn armen en benen. Vrouwen in prachtige stoffen die rieten …