Month: March 2016

In de Gang

WordPress is lastig om uit te vogelen als je geen digitale genen hebt. Blogs en afbeeldingen poppen op in ongekozen thema’s of verdwijnen achter categorieën die opeens in drievoud op de hoofdpagina verschijnen. Het is een labyrint; bereid je voor als je denkt even een blog te beginnen. Ik mag niet poepen in mijn eigen nest, maar het kan denk ik gemakkelijker. Of ik ben achterlijk. Mijn eerste blogtitel luidde ‘Paard’ en de blog zelf bevatte louter de zin: ‘In de gang.’ Dat was een hoop creatiever dan de blog die volgde. ‘Heehee’. ‘Poging 30’ als tekst. Datum van beide: 23 maart 2013. Vier dagen geleden bestond mijn blog precies drie jaar en als mijn moeder me er niet aan herinnert had (ik had haar op voorhand gevraagd door wat teksten te gaan omdat ik – wederom – van plan was mijn blog groots te promoten) was ik er volledig aan voorbij gegaan. Ik kan nu op zijn minst zeggen dat ik het systeem van WordPress begrijp, alhoewel in mijn statistieken de pagina ‘belangrijke zaken’ …

Een Oud Schrijfseltje

Dat toch graag gepubliceerd wilde worden. Je hebt van die momenten dat je boven het leven uitstijgt. Dat het werkelijk voelt alsof je je lichaam achterlaat en weg surft op geluk en energie en potentieel. Daar valt geen analyse aan vast te knopen. Het gebeurt. Een ervaring die zich niet in woorden laat vatten, die iets van elk woord in zich heeft – stel dat woorden het hele leven zouden omvatten. Maar dat doen ze niet, dat is het hele punt juist. Excuus. Een ervaring die zich niet in woorden laat vatten. Deze poging is dus bij voorbaat kansloos, maar ik wil hem – de ervaring- toch met woorden proberen te benaderen, want hoe meer ik daarin faal, hoe bijzonderder die ervaring blijkt te zijn. Dus. Een soort super-in-leven zijn. Dat de dood er niet toe doet, en de verre toekomst ook niet, het verleden evenmin, een soort explosie in het nu. Soms is het een klein moment, soms een gigantisch moment. Ik heb alleen mijn eigen voorbeelden: Ik zit in de bus richting Chamonix …

Trop de Temps

Hij is er altijd. We hebben huissleutels, maar niemand gebruikt ze omdat, zelfs als alle negen anderen de hort op zijn, hij nog altijd thuis is. Vanaf de eerste dag van het seizoen is hij thuis. Voor ik mijn gewicht ooit op een ski had gezet en de tien huisgenoten elkaar fatsoenlijk kenden, op een mooie dag met weinig sneeuw maar mogelijkheden om een beetje off-piste te spelen, gingen Millan en Andrés de berg in de achtertuin af. Twee uur later lag Millan in het ziekenhuis met gescheurde kruisbanden. Ik kan me het moment dat ik hem voor het eerst ontmoette nog heel goed herinneren. Hij is namelijk fascinerend mooi, met een glimlach die de hele breedte van zijn hoofd beslaat, grote groene ogen en donkere dreads die in een magische knot op zijn hoofd rusten. Omdat ik geen Spaans spreek en hij alleen maar Spaans spreekt kon ik nauwelijks met hem communiceren, maar hij had geen woorden nodig om sympathiek over te komen. Hij verdeelde zijn manderijnpartjes onder ons allen, negen huisgenoten, iedere keer als …

Hangbordtraining en het Zonnetje Buiten

Ik woon in een achterlijk veelbelovende omgeving. Als de zon hier schijnt, wil je ergens opklimmen of vanaf skiën. Sinds drie dagen loopt het gros van Chamonix rond met bruine wangen en een nog bleek voorhoofd, mijn ijdele vriendinnetjes gebruiken gretig de minuten in de skilift om de goggle weg te branden. We spelen allemaal buiten. Daarom zijn we hier. Maar ik speel nu en dan verplicht wat uurtjes binnen, want ik ben een trainingsschema begonnen. Het voelt belachelijk om op dagen als deze een hal binnen te gaan. Zelfs de hardcore trainingshal waar ik een abonnement heb genomen, waar mensen net zoveel aan het campusbord hangen als aan de grepen en ik beter naar ze kan verwijzen als gorilla’s – de gorilla’s, de gorillahal -, is leeg rond het middaguur. Op Ruby na. Ruby hangt aan het hangbord. 1…2…3…4…5… Ik volg de climbing training manual, een heel heftig trainingsboek dat zelfs durft te zeggen dat we wat minder moeten gaan hardlopen, want daar worden de benen te gespierd van (je hebt geen fuck aan …

Bochtjes

Het is mooi weer. Elk begin van de dag knalt een helderblauwe hemel door het kelderraam. De pistes zijn er nog, spierwit als ze aftekenen tegen de lucht, ze zijn er nog, nog wel. Het aantal toeristen lijkt daarentegen gehalveerd, met name in Le Tour. Ik heb de hellingen soms voor me alleen zoals in het begin van het seizoen. Op mijn werk draaien we avond aan avond een absurde omzet, alsof ieder die nog rest in het dorp naar dat kleine bruine hol toetrekt. Maar de pistes zijn rustig. Chamonix is bijna van ons. Het eind van het seizoen is in zicht en gister remde ik mijn eerste zwarte pistes af. De zon had de hele dag op de sneeuw gestaan en het in zware hopen op de helling achtergelaten. Ik gleed over verijsde hobbels tot ik vaart minderde in zo’n hoop en kon vervolgens bijna fatsoenlijk bochtjes draaien. Ik kwam meteen tot de conclusie dat als ik hier beter in wilde worden, ik sneller moest leren mijn ski’s van links naar rechts te …

Lief Lijfje van me

Ik heb een gesprek met mijn lichaam gehad. Er was op voorhand sprake van miscommunicatie; zij ging er vanuit dat ik bepaalde subtiele signalen wel op zou vangen, ik heb gezegd dat ze sommige dingen nu eenmaal helder moet uitspreken zodat ik kan weten waar ik aan toe ben. Ik zei haar vrij bot dat het wel mooi was geweest met de malaise en dat ze zich wat weerbaarder moest maken tegen de Chamoniaanse ontberingen. Toen zei ze: Als jij slaapt en gezond eet, dan heb ik geen reden om moeilijk te doen. We raakten in een ingewikkelde discussie over wat dan slapen (ik zei, 7 uur per nacht, zij zei, als je moe bent) en gezond eten (hier was ze onuitstaanbaar onduidelijk) was. Uiteindelijk beloofde ik haar op zijn minst mijn best te doen om zoveel mogelijk slaap, groente en fruit tot me te nemen, zoveel als dat mijn bestaansritme hier toe zou laten, en met die laatste opmerking barste de bom. Jij verkiest altijd het bestaansritme boven mij, zei ze. Dat is dom, …

Kimberley Perrin

Chalet Ruby – Amsterdam :   994 km Casa Kim – Amsterdam:         979 km Chalet Ruby – Casa Kim:         61.4 km Dus Ruby is mijn buurmeisje. We hadden het hier over afstand, nu de tijdseenheid. Auto: 61.4 km Als je een auto hebt, kom je er in principe wel $$$$$$$$$$$ Liften:    Geluk of niet! Trein:  2h 09 minuten Na achten geen treinen Sneeuw … treinen komen vast te zitten $$$ Ski: ½ La Haute Route Chamonix – Zermatt (afslaan in Arolla) 4 dagen skien met overnachtingen in: Cabane Albert Premier Cabane de Monfort Cabane de Dix Cabane des Vignettes Fiets: 55.5km 1620m stijging 720m daling Lopen: Heel veel mogelijkheden …. Maar alsnog, Ruby en ik zijn buurmeisjes. Ik kan de Mont Blanc zien als ik in de bergen ben, en dan zie ik Ruby. Wat doet een afstand van 61.4 km met je… Een Amsterdammer raakt sowieso in paniek. Met 61.4 km ben je buiten de ring, en dus ergens verdwaald op het platteland. Vertel je aan …

Cheapshots en het Spaceship

Ik heb een nieuwe collega. Hij is aangenomen om ieders gemoed wat vrolijker te maken. Hij lacht namelijk. Heel hard als het heel grappig is en hard als het grappig is. Ik kende hem van het zomerseizoen. Voornamelijk als de trailrunner en het voedselbeest dat bij de receptie werkte. Gebruikte borden van het terras of restaurant moeten naar de plonge (het afwashok) gebracht worden en de looproute loopt precies langs het bureau van de receptie. Je voelde altijd zijn blik gericht op de mogelijke resten, op de stukken brownie of vlees of brood die hij vervolgens stiekem in de plonge naar binnen werkte. Ik kon eerst niet geloven dat hij werkelijk aan de haal ging met andermans overblijfselen, maar hij koos ze zorgvuldig en na verloop van tijd vond ik het groteske verspilling dat niemand dat nog goede eten at behalve hij. Ik begon in die periode ook met trailrunnen en had altijd honger. Dus het was een feestje in de plonge. Hij heeft met twee vrienden een hut in Argentière gevonden en woont daar …

Fortuinlijke Landing

Ik had bezoek hier. Zij heeft over de amandelcroissantjes geschreven. Nu ga ik over haar schrijven. Zo’n 22 jaar geleden werd ik bij haar in de wieg gedumpt, dat scheelde mijn ouders een oppas en betekende voor mij een fortuinlijke landing. Rond ons achtste levensjaar beschoten we elkaar met witte, schuimige besjes door ze in plastic pijpen te stoppen en heel hard richting de ander te blazen. We maakten hutten van doeken en tekenden honderden kleine krijten weggetjes op de straat. Met twaalf fietsen we samen naar het hockeyveld. In de zesde rende ik vijf minuten voor het scheikunde tentamen door de gangen van het college om haar te vinden voor de uitleg van die ene opgave welk trucje zeker getest zou worden. Ze is intelligent. Doet de moeilijkste studie in Delft. En met name, ze doet wat ze zelf wil. Dat heeft ze altijd al gedaan en dat heb ik altijd met eindeloze bewondering gade geslagen. Iedereen ontpopt zich uiteindelijk toch in zekere zin als speelbal van alle anderen, maar zij lijkt daar al sinds …