Month: November 2015

De Derde Haak

Ik ging goed. Klimmen, voorklimmen, alles. Het koste me even om ook mijn projecten zelf voor te klimmen, maar onder druk van mijn stoere mannelijke maatjes deed ik het. Als ik eenmaal mijn gewicht op de wand had was ik toch veroordeelt tot de route. Dan maakte het niets meer uit wat ik aanvankelijk aan voorklimangsten had. Tot een vervloekte 7b. De jongens klommen het allemaal onsight, het was een verticale wand zonder bandjes of ongein, en ik viel probleemloos drie keer in de derde haak. Bij de zesde haak bungelde ik rustig in het touw heen en weer. ‘Wooooww!’, schreeuwde mijn zekeraar. ‘Holyshit! Look at that! Did you hear that?’ Ik had geen idee. ‘Look below you!’ En ik keek. De derde haak zat niet meer bij de schroef van de derde haak, maar hing aan het setje in het touw bij de tweede haak. Holyshit – ja. Ik kon in eerste instantie niet helemaal bedenken wat ik ervan vond en hing stil in mijn touw. Daarna maakten we wat grapjes. En daarna vroeg …

Winter in een Warm Land

Ik woon tegenwoordig in het busje van een vriend op het parkeerterrein van Siurana. Vlak voor de ruïne van het kasteel ligt een stoffig terrein met de mooiste zonsopgangen – zeggen ze – waar in het weekend toeristen hun auto’s dicht tegen elkaar frommelen en door de week klimbums met busjes een klein dorpje maken. Ik word wakker als het licht wordt en kom de bus uit wanneer streepjes zon door de luxaflex komen. Precies dan openen de deuren van alle busjes zich en steken her en der de warrige koppen van klimmers uit. Hun blikken gericht op de wolken in de vallei. Niemand waagt zich buiten de bus voor de warmte van de zon het bestaan hachelijk maakt. Niemand. En dan is het een internationale samenkomst van ontdooiende klimmers die met kopjes koffie van bus naar bus lopen, pochen over hun routes of plannen smeden voor de dag, en klagen over de niet helende wondjes op de toppen van hun vingers. Het was de eerste weken warm voor het seizoen. Sinds een paar dagen …

Exotisch Dier

Door het deel van de vallei waar wij op uitkijken kronkelt een bruin riviertje. Het lijkt ver weg, maar als de meisjes nog slapen en ik op mijn rots zit hoor ik het stromen. Het is een rustdag vandaag. Ik spendeer hem alleen, en ik heb al lang geleden bepaald dat als ik een dag voor mezelf had, ik naar het riviertje zou afdalen. Ik vul mijn tas met schone kleren en een shampoofles. Ons kamp ziet er kwetsbaar uit vanaf een afstandje. We hebben het Scorpion Plateau genoemd vanwege de aanwezigheid van een kleine familie schorpioenen onder de steen waarop we koken. Elke dag wordt ons stukje natuur meer als een huis. We hebben een keuken tussen opgestapelde bakstenen, twee tentzeilen slaapkamers, een huiskamer op de rots, een vuilnisbak en een boom waarin de klimspullen hangen. Onze klimvrienden weten waar het is en omdat ze allemaal fluiten of neuriën hebben we een natuurlijke deurbel. Ik kan me niet voorstellen dat een kwaadwillende wandelaar me van mijn schoentjes of laptop beroofd, maar toch is het …

Wild Mooi

Siurana is niet groot. Vijftig stenen huisjes aan elkaar geplakt op het verre eind van een heuvel, met een tiental smalle gangetjes en oude bewoners die willekeurig door elkaar lopen. Iemand met een romantische geest had het dorp kunnen schetsen en er allemaal ridders en jonkvrouwen doorheen laten lopen. Op magische wijze ben ik er zelf in geschetst. Alleen de windrichting waarvan uit de weg naar het dorp komt geeft geen uitzicht op de omgelegen valleien. Soms komen de wolken net tot de voet van de eerste gebouwen en lijkt het alsof ze zweven. Een onoplettende toerist kan zonder waarschuwing het plateau aflopen en een snoekduik tussen de oranje rotsen maken. Een mooier einde kan die zich niet wensen. De eerste dagen hier was ik zo overdondert door de schoonheid van de natuur en dat kleine dorpje, dat ik nauwelijks een gedachte heb besteed aan iets dat zich buiten het moment afspeelde. De meisjes vroegen veel aandacht en het klimmen nam het grootste deel van elke dag in beslag, dus heel veel meer dan het …

Gekwebbel in het Woud

“I had a bath this morning”, zegt een van onze Duitse vrienden, een jongeman met groene ogen, bruine huid, een wilde bos zwarte haren om zijn hele gezicht en een dun touwtje dat het in toom houdt. ‘Huh’, denk ik, met wie is hij bevriend? Douches en wasmachines zijn alleen toegankelijk als je betaald voor de camping of vrienden hebt in Cornudella, het dichtstbijzijnde dorp in de vallei. Siurana zelf heeft alleen een klein waterkraantje. En een bad is wel héél luxe. Klimmers die wonen in een bus in een bos hebben doorgaans geen vrienden met een bad. “Down in the lake”, zegt hij vervolgens. Aha. Het leven is gemakkelijk. Ik slaap op een matje onder de sterrenhemel en wordt wakker door het eerste licht. Boven ons kamp ligt een platte, witte rots waar ik in kleermakerszit wacht op de zon, elke morgen, die altijd achter dezelfde heuvel tevoorschijn schiet. Ik blijf daar tot mijn vriendinnetjes wakker worden (we zijn tegenwoordig met drie, oud-huisgenootje Sadbh heeft zich aangesloten) en dan zetten we koffie, of een …

Siuranaans Leven

6-11-2015 We wonen in het bos. Er gaan verhalen rond over wilde zwijnen die ’s nachts uit de vallei omhoog komen, maar we hebben ze nog niet gezien of gehoord. Het is hier zo stil als hoog in de bergen. De nachten zijn pikzwart en de hemel is gigantisch. We hebben een klein plateautje gevonden aan de rand van de afgrond, tussen lage donkergroene bosjes en bomen, en dat stukje wereld is nu van ons. Drie meter onder de laatste haring van onze tent eindigen klimroutes, duizenden meters daarachter toont zich alleen maar die heuvelige Spaanse natuur, een rivier in de diepte, grote Lion King rotsen aan de overkant. De weg naar onze tent is niet helemaal duidelijk, er zijn veel paden en gelijksoortige bosjes die het overzicht verdoezelen, en dus verdwalen we op weg naar huis. Altijd. De bosjes zijn stekelig en mijn benen ogen alsof de lokale zwerfkat ze als krabpaal gebruikt. Mijn vingertoppen zien rood met witte vlekjes en klagen nu al dagen om het gewicht dat ik ze laat dragen. Mijn …

Dakloos in Spanje

De natuur. Het dorp. De stad. Ik schiet als een sneltrein door het landschap en kan de velden niet meer van de bomen onderscheiden. De concepten zijn door elkaar gaan lopen, een wereld aan fimokleipoppetjes gekneed tot een grote bal. Wat ik bedoel, is dat ik op een morgen wakker wordt in een Spaans hostel waar vrije stadsgeesten hun ontbijteitje omdraaien met een stijlvol getatoeëerde arm, boter dat in stoomwolkjes tussen hun glanzende bruine lokken doorglipt, en ik niet helemaal meer kan plaatsen wat ik zie. Ik kan ook niet zo goed vatten dat in de hoek een gigantische tas uitgeput tegen de muur aanleunt, met een roze touw en rode klimschoentjes, die garant staat voor een ‘life on the road’ en in vol ornaat de huissleutel ontbreekt van elk onderkomen in de wereld. Ik ben dakloos en ik ben in Spanje. En ze noemen het avontuur.